Ramon Wernsen

De impact van klimaatverandering op financieel advies

Publicatie verschenen in De Hypotheekadviseur (DHA okt. 2022), door Ramon Wernsen

Elke dag worden wij overstroomd met nieuws over de gevolgen van de klimaatverandering. Ook jouw klant ziet het nieuws rond de energietransitie, bosbranden en overstromingen wereldwijd en vraagt zich af wat dat betekent voor de economische ontwikkeling en de gevolgen daarvan op zijn eigen financiële situatie.

Dit jaar heeft de Europese Centrale Bank (ECB) zelf haar eerste klimaat-risicostresstest gehouden. Deze klimaatrisicostresstest was een niet eerder gehouden leeroefening, waarbij de ECB is nagegaan hoe goed banken in staat zijn om klimaatrisico’s aan te pakken. In verschillende scenario’s heeft de ECB risico’s zoals hittegolven, droogte en overstromingen beoordeeld, maar ook korteen langetermijnrisico’s als gevolg van de transitie naar een groenere economie. Alle deelnemende banken hebben een individuele terugkoppeling ontvangen en hierop moeten ze actie ondernemen.

De ECB-stresstest laat zien dat banken nog te weinig bezig zijn met deze transitie en de komende tijd meer aandacht moeten gaan geven aan klimaatrisico’s.1 Banken zullen de komende jaren hun eigen stresstest maken en op basis van de uitkomsten daarvan maatregelen treffen richting hun eigen klanten. Dit kan leiden tot duurdere kredieten voor die klanten met een hoger ‘klimaatrisico of transitierisico’.

Klimaat en beleggen

Het grote publiek is zich steeds meer bewust van risico’s rond klimaatverandering en de opwarming van de aarde voor onze samenleving. De Financial Stability Board, de internationale toezichthouder op het financiële systeem en de sector, concludeerde eind vorig jaar in zijn rapport “The implications of climate change for financial stability” dat klimaatgerelateerde risico’s impactvol kunnen zijn.2Read more


Krijgt jouw partner pensioen als jij overlijdt?

Publicatie verschenen op ffp.nl (31 okt. 2022), door o.a. Ramon Wernsen.

Of jouw partner een uitkering krijgt als jij komt te overlijden is niet zo vanzelfsprekend als het misschien lijkt. Je partner kan op verschillende manieren in aanmerking komen voor een uitkering als jij komt te overlijden. We kennen in Nederland een ‘pensioenhuis’ als het gaat om het ouderdomspensioen: de overheid doet wat (AOW), je werkgever doet wat (je werknemerspensioen) of je doet zelf wat (lijfrente). Bij een nabestaandenpensioen hebben we ook zo’n ‘pensioenhuis’.

Wat doet de overheid?

Net als met de AOW wil de overheid zorgen voor een basisvoorziening. Bij een overlijden kan de achterblijvende partner aanspraak maken op een ANW-uitkering (Algemene Nabestaandenwet) onder strikte voorwaarden. Read more


De vermogensen inkomens(ongelijkheid) van huishoudens

Publicatie verschenen in Vakblad Financiële Planning (VFP, 10/2022) door Ramon Wernsen

In dit artikel komen de inkomens en vermogens van de ongeveer 8 miljoen huishoudens aan bod. In ons land is de inkomens- en vermogensongelijkheid relatief klein. Dit komt vooral door de grote pensioenreserves. Ondanks dat wij in een van de rijkste landen van de wereld leven komen meer en meer huishoudens in de financiële problemen, hetgeen kan leiden tot gezondheidsklachten en grotere inkomens- en vermogensongelijkheid. De ongelijkheid kan op verschillende manieren worden gemeten. Een daarvan is aan de hand van de parade van econoom Jan Pen. Er wordt verwacht dat onze overheid financieel bijspringt. De vraag is of de overheid dit kan en moet willen, immers er staan nog grote vorderingen uit van de financiële steun gedurende de coronacrisis. Financiële planning kan alle huishoudens financieel helpen, echter veruit de grootste groep huishoudens heeft onvoldoende middelen om een financieel planner te betalen en dit is nu juist de groep die onze steun het hardst nodig heeft.

1. Onze bevolking en huishoudens

Nederland telt inmiddels ongeveer 17,8 miljoen inwoners verdeeld over ongeveer 8 miljoen huishoudens, ofwel gemiddeld zo’n 2,2 personen per huishouden. Al deze huishoudens kunnen worden gesegmenteerd op basis van verschillende criteria. In de praktijk zijn de belangrijkste segmentatiecriteria binnen de financiële dienstverlening vermogen en inkomen. Verder bepaalt de hoogte van inkomen en vermogen onder andere de belastingdruk en de mate van toeslagen.

In 1900 telde ons land ruim 5 miljoen inwoners. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog groeide de bevolking relatief snel. In 1950 was dat aantal verdubbeld, tot 10 miljoen inwoners. In 1970 bedroeg het aantal inwoners al 13 miljoen. Daarna groeide de bevolking weer wat minder snel. Zo zat er tussen de 15 en 16 miljoenste inwoner 11 jaar, en 15 jaar tussen de 16 en 17 miljoenste inwoner.Read more


De (on)zin van lifecycle-beleggen

Publicatie verschenen op FiscAlert.nl ( sept. 2022), door Ramon Wernsen.

De afgelopen jaren kwamen steeds meer financiële instellingen met (verbeterde) life-cycle-beleggingsproducten op de markt. De verwachting is dat dit aanbod de komende jaren verder toeneemt. Life-cycle-beleggen klinkt minder risicovol, persoonlijker, veiliger en eenvoudiger dan gewoon beleggen. Maar is dit wel zo?

Life-cycle-fondsen, ook wel bekend als target-date-fondsen, zijn beleggingsstrategieën waarmee u vermogen kunt opbouwen voor een specifiek doel tegen een vooraf vastgelegde einddatum. Het opbouwen van pensioen is het meest voorkomende doel waarvoor deze beleggingsstrategie wordt ingezet. Dit komt omdat binnen bepaalde pensioencontracten, de zogeheten beschikbare premieregelingen, werknemers verplicht zijn om hun pensioenpremies te beleggen op basis van het life-cycle-principe. Zo hebben meer dan een miljoen werknemers een pensioenregeling waarbij gebruik wordt gemaakt van een life-cycle-strategie. En dit aantal zal met vele miljoenen stijgen als de nieuwe Wet Toekomst Pensioenen ingaat. Dat is waarschijnlijk op 1 januari 2023 het geval. Met de komst van deze nieuwe wet worden alle pensioenregelingen een soort van beschikbare premieregelingen waarbij het beleggingsrisico wordt verlegd van de pensioenuitvoerder naar de deelnemers, naar u dus.Read more


Vermogensbeheer: meer vermogen door lagere of juist hogere kosten?

Publicatie verschenen in De Hypotheekadviseur (DHA aug 2022), door Ramon Wernsen

Wanneer mensen gaan beleggen krijgen zij te maken met kosten. Kosten zijn er in vele soorten en maten, het is dan ook logisch dat veel mensen geen idee hebben hoe hoog deze kosten precies zijn. Daar komt bij dat financiële instellingen uiteraard vooral de nadruk leggen op rendementen die zij voor hun klanten gaan realiseren in plaats van op de door hen in rekening gebrachte kosten. Veel klanten vinden kosten belangrijk, uiteraard zouden klanten hogere kosten geen probleem vinden als hier ook extra hogere rendementen tegenover staan. Een interessante vraag is dan ook of hogere kosten automatisch leiden tot betere beleggingsresultaten en hiermee meer vermogen voor de klant.

Bij beleggen is het vaak ingewikkeld om inzicht te krijgen in de exacte kosten. We bespreken hierna de belangrijkste kosten waarmee klanten te maken krijgen als zij hun vermogen laten beleggen door een vermogensbeheerder. Een aantal van deze kosten is eenmalig verschuldigd, andere komen jaarlijks of per transactie terug. Al deze kosten moeten uiteindelijk worden betaald, of de belegging nu goed of slecht presteert.

Beheerfee

De beheerfee is de jaarlijkse beloning die een vermogensbeheerder in rekening brengt voor zijn werkzaamheden en expertise. De hoogte van deze fee is bijna altijd afhankelijk van de hoogte van het door de klant te beleggen bedrag. Hoe meer van hun vermogen klanten willen afstaan aan een vermogensbeheerder, hoe lager de beheerfee. Bij de meeste beheerders is het minimale instapvermogen 100.000 euro. Er zijn er echter ook die lagere, dan wel (veel) hogere instapvermogens hanteren.

Verder kan het zo zijn dat een beheerder een hogere fee vraagt voor een offensieve dan voor een defensieve beleggingsportefeuille. Voorbeelden van partijen die dit doen zijn ABN Amro en Van Lanschot.1

Read more


De invloed van relatievormen op overlijden

Publicatie verschenen op ffp.nl (18 aug 2022), door Ramon Wernsen.

Mocht jij of je partner komen te overlijden, dan heeft dit naast een emotionele ook een financiële impact. De financiële consequenties hangen af van de relatievorm die jullie met elkaar onderhielden en verder of je wel of niet in het bezit bent van een testament.

Na het overlijden wordt eerst gekeken welke bezittingen en schulden aan wie toebehoren. Waren alle bezittingen en schulden voor het moment van overlijden gemeenschappelijk of behoorden sommige bezittingen juist tot ieders privé-eigendom. Voorgaande wordt bepaald aan de hand van jullie relatievorm. Waren jullie getrouwd, geregistreerd partner of samenwonend? In het geval van een huwelijk of geregistreerd partnerschap, was dit op basis van een wettelijke (beperkte) gemeenschap van goederen of huwelijkse- of partnervoorwaarden? Is er sprake van samenwonen dan is de vraag of jullie wel of geen samenlevingscontract hadden. Verder is het belangrijk om te weten of diegene die overleden is wel of niet een testament bezat.

Gemeenschap van goederen tot 2018

Als in het verleden geen keuze is gemaakt voor ‘voorwaarden’ dan is automatisch sprake van de wettelijke gemeenschap van goederen. Dit betekent dat alle bestaande en toekomstige bezittingen en schulden van jullie samen zijn. Maar let op, er valt veel in de gemeenschap, maar niet alles. Zo kan het zijn dat jij en/of je partner een schenking of erfenis hebben ontvangen die buiten de gemeenschap van goederen valt.Read more


De fiscale toekomst van het eigenwoningbezit

Publicatie verschenen in De Hypotheekadviseur (DHA juni 2022), door Angelo van Nies & Ramon Wernsen

In het vorige artikel zijn wij ingegaan op het verleden, heden en de toekomst van box 3. In dit artikel gaan wij in op de toekomst van het eigenwoningbezit en de verwachte fiscale behandeling van de eigenwoningschuld.

Gaat de eigen woning nu naar box 3? Of toch naar een box 4?

De meest vreemde eend in de bijt is de eigen woning die nu omwille van het eigenwoningforfait nog in box 1 wordt opgenomen. Dit terwijl het voor velen het grootste en meest waardevolle vermogensbezit is. Al heel lang wordt er gespeculeerd om de woning vanuit box 1 naar box 3 te brengen. Aan het einde van de 19de eeuw was het nog niet gebruikelijk om loon en inkomsten te belasten op de wijze waarop dit nu gebeurt.1 Accijnzen en importtarieven waren belangrijke inkomstenbronnen voor de overheid. In 1892 stelde de toenmalige minister van Financiën Pierson de ‘Wet op de Vermogensbelasting 1892’ voor, die een jaar later werd ingevoerd. Daarin werd vermogen gezien als een inkomstenbron, die belast kon worden. Hierbij gold de eigen woning ook als een bron van inkomsten. De hypotheekrenteaftrek zoals wij die tegenwoordig kennen – waarbij betaalde rente kan worden afgetrokken van andere inkomsten – ontstond met de invoering van de Wet op de Inkomstenbelasting 1914. De eigenaar ontleende woongenot aan zijn woning en verdiende zo een fictieve of impliciete huur. Het forfaitair rendement was vastgesteld op 4 procent, maar is later substantieel verlaagd. Na de Tweede Wereldoorlog kwam de gedachte in zwang dat eigenwoningbezit bijdroeg aan de ‘woonbeschaving’ en emancipatie. Het zou bevorderlijk zijn voor verantwoordelijkheidsgevoel, spaarzin, properheid en de gezinsstabiliteit. Al bestaat voor deze opvattingen overigens weinig bewijs en zeker geen causale relatie.

Vooral de toenmalige partijen KVP en ARP maakten zich sterk voor het eigenwoningbezit. Daarentegen zag de PvdA meer in gemeenschappelijk woningbezit door woningbouwverenigingen en -corporaties. In 1945 bestond maar 28 procent van de woningvoorraad uit koophuizen. Banken verstrekten geen hypotheken met volledige dekking: wie wilde kopen, moest een derde zelf betalen. Om het kopen van een eigen huis toch voor meer mensen bereikbaar te maken, werden bouwspaarkassen opgericht, waar mensen tegen hoge rentes konden sparen voor de bouw voor een woning. Het effect was echter gering. In de vijftiger jaren van de 20ste eeuw werden premiekoopregelingen en de hypotheekgarantie ingevoerd. In 1971 was 35 procent van de woningen een koopwoning.

Read more


Belegger, denk aan de kosten!

Publicatie verschenen op FiscAlert (juni 20 2022 - jrg 28 nr. 6)

Een heel procentje hier, een half procentje daar, wie de kosten onder controle heeft, zorgt voor aanzienlijk betere beleggingsrendementen op de lange termijn. Dat geldt zowel voor vermogensbeheerders als voor beleggende doe-het-zelvers.

Veel mensen denken dat Albert Einstein gezegd heeft dat samengestelde interest het achtste wereldwonder is. De man had wel wat beters te doen dan na te denken over geld, maar ook als hij het niet gezegd heeft, klopt het wel een beetje. Het rente-op-rente-effect is bijzonder, omdat het een exponentiële groei van kapitaal genereert. Daarvoor zijn, naast het kapitaal, vier factoren van belang: tijd, rendement, risico en kosten.

Het rente-op-rente-effect op spaargeld is op dit moment verwaarloosbaar. Maar als u kiest voor beleggen, profiteert u er nog wel van — zolang u het rendement op uw beleggingen niet opneemt. Op die manier groeit uw kapitaal met de tijd volgens een steeds stijgende, licht exponentiële curve. Tijd is een belangrijke factor. Hoe langer het rente-op-rente-effect duurt, des te steiler de curve wordt en des te harder het vermogen aangroeit (dat is het achtste wereldwonder). En met de tijd daalt het risico van beleggen. Alleen: op de tijd hebben we geen vat, op de kosten wel.

De kosten van vermogensbeheer

Nu is het voor beleggers vaak ingewikkeld om inzicht te krijgen in de exacte kosten van hun beleggingen als daar vermogensbeheerders bij betrokken zijn. U krijgt éénmalige kosten en jaarlijkse kosten voorgeschoteld die links- of rechtsom moeten worden betaald, of de beleggingen nu wel of niet presteren (behalve als het gaat om kosten die resultaatsafhankelijk zijn, zie hierna). Aangezien ook tienden van procenten op de lange termijn exponentieel groeien (0,1 procent rendement per jaar levert samengesteld over 20 jaar 2 procent extra op!), loont het de moeite om de kosten scherp in de gaten te houden.

Read more


Beleggen in ETF's een goed idee? 'Laagdrempelig, maar niet zonder risico'

Interview Ramon Wernsen op nu.nl (juni 13, 2022) door Simone Langejan.

Je hebt misschien wel eens gehoord van mensen die beleggen in ETF's. Maar wat zijn dit precies? Waarom zou je hiervoor kiezen? En wat zijn de risico's? Joost Schmets van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) en financieel planner Ramón Wernsen leggen het uit.

Nog steeds groeit het aantal particuliere beleggers. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) zag het aantal beleggende huishoudens in 2021 stijgen tot bijna twee miljoen. Behoefte aan meer rendement (sparen levert immers niks op) was de belangrijkste reden om te starten. Toch kan beleggen voor beginners erg ingewikkeld lijken door alle soorten aandelen en koersen.

Wat is een ETF?

Beleggen in ETF's wordt steeds populairder, zegt Joost Schmets van VEB. "De kosten en risico's zijn laag, de aanschaf makkelijk en je hebt er weinig omkijken naar." Ook financieel planner Ramón Wernsen ziet in zijn werk dat steeds meer van zijn cliënten kiezen voor deze manier van beleggen. Maar wat zijn ETF's nu precies?

Read more


De meerwaarde van financiële planning!

Publicatie verschenen op ffp.nl (7 juni 2022), door Ramon Wernsen.

Veel mensen denken bij de term financiële planning vooral aan geld en cijfers. Jammer, want financiële planning gaat over zoveel meer. Het gaat namelijk in eerste instantie over jou en het realiseren van jouw (financiële) wensen en doelen voor de (nabije) toekomst. Het verwezenlijken hiervan draagt vervolgens weer bij aan jouw levensgeluk. En zeg nu zelf, wie wil er niet (nog) gelukkiger worden…

De kans is groot dat ook jij wensen en doelen hebt. Mogelijk droom je ervan om rijk te worden en te kunnen stoppen met werken, of om een camping te beginnen in Frankrijk, of om…nou vul zelf maar in. Jammer genoeg blijft het vaak bij dromen en worden deze niet omgezet in (levens)doelen. Jij zit waarschijnlijk – net als velen met jou – vast in een bepaald ritme waarin vooral sprake is van veel dagelijkse routinematige klussen. Denk hierbij aan opstaan, aankleden, eten, reizen, werken, aandacht besteden aan je partner en kinderen, tv-kijken of Netflixen en slapen. Hierdoor blijft er weinig tijd over voor zoiets belangrijks als nadenken over de eigen levensdoelen.

Read more