Ramon Wernsen
Wat gaat het nieuwe pensioenstelsel voor mij betekenen?
Publicatie verschenen op eemland1.nl (31 mei 2023), Bas van den Brink in gesprek met financieel specialist Ramón Wernsen
Wat verandert, is dat de premie die werknemers betalen op elke leeftijd ten gunste komt van hun eigen pensioen. In het vorige systeem werd het meeste pensioen opgebouwd aan het einde van de loopbaan en was er een impliciete subsidie van jong naar oud. Een andere baan of werkloosheid had aan het eind van de loopbaan daardoor extra grote gevolgen. De nieuwe wet sluit op deze manier beter aan bij dat mensen tegenwoordig niet meer veertig jaar voor één baas werken.
Box 3-hypotheek minder voordelig sinds 2023?
Publicatie verschenen in De Hypotheekadviseur (DHA mei. 2023), door Angelo van Nies & Ramon Wernsen
Onder de oude box 3-wetgeving was een box 3-hypotheek fiscaal heel interessant voor klanten met veel box 3-vermogen. Met de komst van de nieuwe box 3-heffing per 1 januari 2023 lijkt deze hypotheekvorm minder aantrekkelijk geworden. Aan de andere kant geldt ook voor een reguliere box 1-hypotheek dat deze aan fiscaal voordeel heeft ingeboet.
De eigen woning valt standaard in box 1 van de Wet Inkomstenbelasting 2001 (hierna Wet IB).1 De belastbare inkomsten uit de eigen woning zijn de voordelen uit eigen woning verminderd met de op die voordelen drukkende aftrekbare kosten.2 De voordelen die samenhangen met het bezit van een eigen woning zijn belast en de kosten die op de eigen woning betrekking hebben zijn aftrekbaar in box 1. Onder de voordelen vallen het eigenwoningforfait, en een eventueel belast rentebestanddeel in een, voor 2013, afgesloten kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning of beleggingsrecht eigen woning.3 Onder de aftrekbare kosten die betrekking hebben op een eigen woning vallen onder andere de rente van schulden die behoren tot de eigenwoningschuld.4 Sinds 1 januari 2023 kan de hypotheekrente maximaal worden afgetrokken tegen 36,93 procent. De afbouw van het maximale percentage geldt niet voor het saldo van eigenwoningforfait verminderd met de aftrekbare kosten, maar alleen voor de aftrekbare kosten zelf. Ofwel de bijtelling van het eigenwoningforfait wordt nog wel maximaal tegen het toptarief in box 1 belast.5 Rekening houdend met de bijtelling van het eigenwoningforfait over de WOZ-waarde zal de effectieve aftrekbaarheid lager zijn dan de genoemde 36,93 procent.
Product beoordeling: iShares Listed Private Equity ETF USD Dist. (EUR)
Publicatie verschenen op FiscAlert.nl (9 mei 2023), producten beoordeeld voor FiscAlert door Ramon Wernsen
(Beoordeling 1F tot 5F, 1F is slecht en 5F zeer goed)
Private equity is voor particuliere beleggers een lastig te betreden markt. Het is een besloten wereld die van oudsher gericht is op institutionele beleggers, zoals banken en pensioenfondsen. Daarom is het iShares Listed Private Equity ETF een interessant fonds. Via deze ETF met ISIN-code IE00B1TXHL60 kunt u ook met een klein bedrag al meedoen met de grote jongens. De ETF bestaat sinds 2007 en wordt uitgegeven door BlackRock, de grootste vermogensbeheerder ter wereld. Het fonds belegt in 75 toonaangevende private equitybedrijven, zoals Partners Group, Brookfield, Blackstone en KKR. Vorig jaar nam de laatstgenoemde investeringsmaatschappij Accell Group over, een bedrijf met Nederlandse roots en dé Europese marktleider in e-bikes. Over de afgelopen zeven jaar behaalde het fonds een gemiddeld rendement van ruim 9% per jaar. Het fonds kenmerkt zich door een hoge volatiliteit. De rendementen schommelden de afgelopen jaren tussen de +53% en -24%. Verder is dit fonds een distribuerende tracker (Dist.): de ontvangen dividenden worden aan de belegger uitgekeerd. Het betreft hier een fysieke in Amerikaanse dollars genoteerde ETF. Dit betekent dat de basisvaluta de Amerikaanse dollar is en dat deze ETF in dezelfde onderliggende ‘aandelen’ als de S&P Listed Private Equity Index belegt. Het fonds heeft niet alle onderliggende indexaandelen in bezit. De ETF leent de onderliggende aandelen uit aan institutionele beleggers en ontvangt in ruil hiervoor een vergoeding van 0,09%. Deze inkomsten uit securities lending zorgen ervoor dat u een lager kostenpercentage doorberekend krijgt, maar staat daar een klein risico tegenover. De lopende kostenfactor voor dit fonds bedraagt 0,75%. Het aanbod is gering. Dat maakt dit fonds met US$820 miljoen aan belegd vermogen in zijn soort een topfonds en kan zeker voor een procent of 5 tot 10 worden opgenomen in uw beleggingsportefeuille. Het risico van uitlenen kost 1 F’je en zo komt deze indexvolger aan 4 F’jes.
Read more
Product beoordeling: Robeco Sustainable Global Stars Equities Fund EUR
Publicatie verschenen op FiscAlert.nl (11 april 2023), producten beoordeeld voor FiscAlert door Ramon Wernsen
(Beoordeling 1F tot 5F, 1F is slecht en 5F zeer goed)
In 1933 werd Nederlands oudste beleggingsfonds opgericht: Robeco. In 2017 werd de naam van dit fonds gewijzigd in Robeco Global Stars Equities en 4 jaar geleden werd het woord ‘sustainable’ toegevoegd. Dit om beleggers duidelijk te maken dat het fonds een duurzame beleggingsaanpak nastreeft. Het fonds valt dan ook onder artikel 8 SDFR en is hiermee ‘lichtgroen’. Het actief beheerde fonds met ISIN-code NL0010366407 belegt wereldwijd in een geconcentreerde portefeuille van 66 aandelen uit ontwikkelde landen. 35% van het totaal belegde vermogen van ruim €3 miljard is belegd in 10 bedrijven, waaronder Microsoft, Thermo Fisher Scientific, AstraZeneca, Bank of America en Sony. Uit deze beleggingen blijkt wel dat de fondsmanagers momenteel de meeste groei zien in de sectoren informatietechnologie en gezondheidszorg. Het fonds stelt zich tot doel om het beter te doen dan de MSCI World Net Return EUR. Om dit doel te realiseren, wijkt zij dan ook flink af van de benchmark. De fondsmanagers selecteren alleen bedrijven die in hun ogen groeipotentieel hebben, een hoge vrije cashflow, een aantrekkelijk rendement op geïnvesteerd kapitaal en een positief duurzaamheidsprofiel. Dit verklaart ook direct de hoge active share (mate van afwijking tussen fonds en benchmark) van bijna 80 op een schaal van 0 tot 100. Kijkend naar het laatste decennium lukt het de fondsmanagers om het gemiddeld na kosten iets beter te doen dan de benchmark. De lopende fondskosten van dit fonds zijn 0,66%. Daar komen de dienstverleningskosten van maximaal 0,36% nog bij. Tot slot kost het actief wijzigen van de beleggingen in het fonds nog eens gemiddeld 0,18% per jaar extra. Dit fonds verdient 4 F’jes wanneer we de langjarig goede resultaten afzetten tegen de relatief stevige kosten die samenhangen met het actieve beheer.
Read more
Ook private banks hebben moeite met klantgericht advies
Publicatie verschenen op amweb.nl (18 april 2023), door o.a. Ramon Wernsen.
Er is nog niet zo lang geleden onderzoek gedaan naar de wijze waarop MiFID II in Europa is geïmplementeerd. Nog altijd ligt de focus meer op het product, dan op de klant en zijn doelen.
In het onderzoek zijn 25 private banks uit tien landen uit de Europese Unie opgenomen. Ook is er gekeken naar de wijze waarop het risicoprofiel van een klant wordt bepaald. Alleen door middel van een vragenlijst? Of wordt er ook inzicht gegeven in de mogelijke vermogensontwikkeling van verschillende beleggingsportefeuilles? Is het doel van de klant bekend en concreet gemaakt? En is het realistisch om met het verwachte beleggingsrendement het doel van de klant te realiseren? Duidelijk wordt dat tussen de onderzochte banken op dit gebied grote verschillen bestaan.
Alle klanten hebben doelen
Dat klanten wel degelijk doelen hebben blijkt wel uit het onderzoek. De respondenten geven aan dat al hun klanten doelen hebben en tachtig procent van de financiële instellingen geeft aan dat de meeste van hun klanten twee of meer doelen hebben.
Product beoordeling: Sustainable World Equal Weight UCITS ETF
Publicatie verschenen op FiscAlert.nl (maart 2023), producten beoordeeld voor FiscAlert door Ramon Wernsen
(Beoordeling 1F tot 5F, 1F is slecht en 5F zeer goed)
VanEck klinkt Nederlands, maar is Amerikaans. Dit bijna zeventig jaar oude familiebedrijf nam in 2021 het Nederlandse ThinkETF’s over en zo werd het Think Global Equity UCITS ETF omgedoopt in VanEck Sustainable World Equal Weight UCITS ETF. Deze ETF (ISIN: NL0010408704) met een belegd vermogen van zo’n €530 miljoen wordt verhandeld op de Euronext Amsterdam. Het ETF bestaat 10 jaar en volgt de Solactive Sustainable World Equity Index (zie: www.solactive.com) op de voet. In deze index zitten de 256 grootste en meest liquide bedrijven ter wereld. Het is een mooie mix van cyclische en niet-cyclische aandelen, waaronder Apple, ASML, Merck en Samsung. Er wordt belegd in dezelfde namen als de index, waarbij de effecten ook dezelfde weging hebben als degene in de index. Kortom, er is hier sprake van volledig fysieke replicatie, een simpele kopie dus. Gelijk gewogen betekent een betere spreiding en hierdoor een lager risico. Verder spaart deze eenvoud kosten uit en dat zien we terug in de lage lopende kosten van 0,2% per jaar. Bij dit fonds kunt u de ingehouden dividendbelasting via de aangifte inkomstenbelasting terugvragen. Van het weglekken van dividend is dus geen sprake. Goed om te weten: alle in deze ETF opgenomen bedrijven voldoen aan de 10 principes van verantwoordelijk bedrijfsgedrag van de Verenigde Naties. Sectoren die niet voldoen aan de normen van maatschappelijk verantwoord ondernemen worden uitgesloten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan defensiebedrijven, gokbedrijven en de tabaksindustrie. De weging per regio is maximaal 40%. De huidige verdeling is 39% Amerika, 35% Groot Europa en 26% Groot Azië. Hiermee wijkt deze ETF af van andere wereldwijd gespreide ETF’s. Daar bedraagt het belang in Amerika vaak 70%. Al met al verdient deze ETF door haar duurzaamheid, kleine tracking error, goede regiospreiding, gelijke weging, geen dividendlekkage, fysieke replicatie en lage kosten 5 F’jes.
Box 3: is 6,17% te hoog?
Publicatie verschenen op FiscAlert (maart 2023 | jrg 29), door Ramon Wernsen
De nieuwe box 3-heffing pakt voor mensen met andere bezittingen dan spaargeld erg ongunstig uit. Financieel planner Ramón Wernsen legt uit hoe dat komt en wat u eraan kunt doen.
De nieuwe box 3-regeling maakt onderscheid tussen spaargeld, overig bezittingen en schulden. Voor elk onderdeel geldt een eigen forfaitair percentage. De forfaitaire percentages bedragen 0,36% (voorlopig) voor spaargeld, 6,17% (definitief) voor overige bezittingen en 2,57% (voorlopig) voor schulden. Het belastingpercentage in box 3 bedraagt in 2023 32%. De belastingdruk op contanten, bank- en spaarsaldi komt dit jaar uit op maximaal 0,12% (0,36% x 32%) en de belastingdruk op ‘overige bezittingen’ op maximaal 1,97% (6,17% x 32%). De vraag is of de voor dit jaar geldende forfaitaire box 3-belasting nu wel zo eerlijk is. De hoogste tijd om de theorie los te laten op de praktijk.
Spaargeld en deposito’s
Voorbeeld: u hebt €500.000 aan belast box 3-vermogen. Dit staat op bank- en spaarrekeningen en/of spaardeposito’s. Zodoende komt uw box 3-inkomen uit op €1.800 (0,36% x €500.000). Over dit bedrag betaalt u vervolgens 32% belasting, ofwel €576. Uitgedrukt in een percentage van uw belaste vermogen betaalt u in dit voorbeeld 0,12% aan belasting (€576/€500.000).
Het forfaitaire rendement staat dus vast, maar niet het werkelijke rendement. Immers de rente varieert per bank en per spaarsoort. Stel dat u 0,5% rente ontvangt bij uw bank, dus €2.500. Dan houdt u netto 0,38% over (0,5% – 0,12%). Uw werkelijke belastingdruk bedraagt dan afgerond 23% (€576/€2.500 x 100%).
De belastingdruk wordt lager als u een hoger rendement weet te behalen op uw spaargeld. Zet u uw geld bijvoorbeeld op een spaardeposito met een rentevergoeding van 2%? Dan betaalt u ook €576 aan box 3-belasting maar daalt de werkelijke belastingdruk naar afgerond 6%. Waar een hoger rendement bij beleggingen gepaard gaat met een hoger risico, hoeft dit bij het wegzetten van uw geld op spaarrekeningen of deposito’s niet het geval te zijn.
In tegenstelling tot voorgaande jaren lijkt de belastingheffing op spaargeld, gelet op de huidige (variabele) rentevergoedingen op spaarrekeningen en eenjarige spaardeposito’s, alleszins redelijk. Op dit moment kan iedereen een rente ontvangen tussen de 0,5% en 2%. Shoppen voor de hoogste rente loont om de belastingdruk op uw spaargeld zo laag mogelijk te houden. Let wel op dat de bank onder het Nederlandse depositogarantiestelsel valt.
Overige bezittingen
Vermogen dat niet op een spaarrekening of spaardeposito staat, valt onder ‘overige bezittingen’. Het maakt niet uit of u belegt in veilige staatsobligaties of in risicovollere aandelen. In alle gevallen wordt u aangeslagen voor een forfaitair rendement van 6,17% waarover u 32% belasting betaalt. Netto is dat maximaal 1,97%. Net als bij sparen is ook hier de belastingdruk sterk afhankelijk van uw werkelijke rendement.
Box 3-heffing negatief voor spaarders én veel beleggers
Publicatie Vp-bulletin Maart (2024) door Ramon Wernsen, CFP®, MFP E. Hoepelman LLM MSc & H. van Houdt MFP CFP1
De meerwaarde van vermogensstructurering binnen box 3
In dit artikel wordt allereerst ingegaan op de vermogensbelasting, zoals deze gold op basis van Wet op de Inkomstenbelasting 1964. Vervolgens komt aan bod de box 3-heffing gedurende de periodes 2001 tot en met 2016, 2017 tot en met 2022 en de huidige box 3-heffing welke waarschijnlijk op zijn vroegst vanaf 2026 zal worden ingeruild voor een vermogensaanwasbelasting. Verder wordt in het artikel besproken of het op basis van de huidige wetgeving interessanter is om in box 3, dan wel box 2 vermogen op te bouwen.
Periode vóór 2001
Tot en met het jaar 2000 was inkomen uit vermogen zoals rente, dividend en huur, boven de vrijstelling in de toenmalige Wet op de inkomstenbelasting 1964, belast. Daarbij werd het werkelijke genoten inkomen in aanmerking genomen. Vermogenswinsten, zoals verkoop van aandelen, obligaties en vastgoed, waren destijds niet belast. Dat leidde tot creatieve producten waarbij belaste inkomsten werden omgezet in onbelaste vermogenswinsten. Dit alles om te anticiperen op de toen geldende vermogensbelasting.
Periode 2001-2016
De wetgever koos ervoor om vanaf 2001 een vermogens- rendementsheffing in te voeren. Vanaf dat moment werd niet langer het werkelijk behaalde rendement belast maar een zogenaamd forfaitair rendement. Daarmee was het niet meer mogelijk om belasting te ontlopen door inkomen uit beleggingen om te zetten in onbelaste vermogenswinsten.
Help, ik zoek een testament!
Publicatie verschenen op FiscAlert (januari 2023 | jrg 29 nr 1), door Ramon Wernsen
Schenken & erven
Met een testament bepaalt u zelf wat er met uw bezittingen moet gebeuren na uw overlijden. Regelt u niets, dan wordt uw nalatenschap verdeeld volgens de wettelijke regels. Gun uzelf en iedereen die u liefheeft om die reden een goed testament.
Een notaris, maar ook een financieel planner, kan u precies vertellen welke mogelijkheden u heeft. Het begint met goed nadenken over wat u wilt en belangrijk vindt. Zo is de wens van veel mensen om de partner verzorgd achter te laten. Maar misschien wilt u juist dat uw broer en/of zus al uw bezittingen erven of moet uw vermogen naar een goed doel. Heeft u al een testament? Dan is het belangrijk dat u eens in de paar jaar controleert of het nog aan uw wensen voldoet.
Geen testament
Het is goed om bedenken wat er gebeurt als u geen testament heeft. Uw nalatenschap valt dan onder het wettelijke erfrecht. Uw vermogen vererft op de manier zoals het Burgerlijk Wetboek dat bepaalt. Dit houdt in dat alles naar uw wettelijke erfgenamen gaat. Dit zijn in de eerste instantie uw echtgenoot of geregistreerd partner en uw kinderen. Heeft u die niet? Dan komen de volgende erfgenamen aan bod: ouders, broers en zussen. Zijn de mensen in deze groep niet meer in leven dan erven eventueel nog in leven zijnde grootouders. Als zij zijn overleden, komen andere familieleden in beeld.Read more
Beleggen en Financiële Planning: de (meer)waarde van AFMleidraden
Publicatie verschenen in Vakblad Financiële Planning (VFP, 12/2022) door R. Wernsen MFP, CFP®, R.G.J. van Beek, CFP® & drs. R.A.M. Janssen, MSc MFP1
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft de afgelopen jaren meerdere leidraden gepubliceerd met als doel beleggingsondernemingen te stimuleren hun beleggingsdienstverlening te optimaliseren. In dit artikel gaan wij nader in op de inhoud van deze leidraden. Verder geven wij aan wat financieel planners kunnen leren van deze AFM-rapporten en hoe zij de theorie eruit kunnen gebruiken binnen hun adviespraktijk. Op onderdelen geven wij onze eigen visie welke aanvullend kan zijn op die van de AFM. De werelden van planning en vermogensbeheer komen nog meer samen!
1. Leidraad advies en vermogensbeheerdienst verlening
In november 2021 publiceerde de AfM de leidraad ‘advies- en vermogensbeheerdienstverlening: aanbevelingen voor zorgvuldige beleggingsdienstverlening’. In deze leidraad doet de AfM aanbevelingen om zo een goede of nog betere vermogensbeheeren adviespraktijk na te streven. De aanbevelingen en voorbeelden in deze leidraad bieden aanknopingspunten voor de praktische invulling van deze verbeteringen. Beleggingsondernemingen en adviseurs die beleggingsadvies en/of vermogensbeheer verlenen aan klanten, kunnen met behulp van deze leidraad zelf beoordelen of er ruimte voor verbetering is. ook voor financiële dienstverleners met een nationaal-regimeregistratie die adviseren over beleggingsfondsen (en etf’s) zijn de delen van deze leidraad relevant. Naar onze mening is deze leidraad ook relevant trouwens voor financieel planners die geen nationaal-regimeregistratie hebben. In deze leidraad heeft de toezichthouder een aantal eerdere leidraden samengevoegd en waar nodig geüpdatet. Dit was nodig om deze in lijn te brengen met de op 3 januari 2018 in werking getreden Market in financial Instruments Directive II (Mi- fID II).2
op 30 juni 2022 heeft de AfM de resultaten uit een onderzoek onder achttien beleggingsondernemingen gepubliceerd. Het onderzoek betrof de verschillen in verwachte rendementen en risico’s voor beleggingsportefeuilles met een zogeheten neutraal profiel. De uitkomsten uit dit onderzoek worden door de AfM op termijn opgenomen in de Leidraad ‘advies- en vermogensbeheerdienstverlening: aanbevelingen voor zorgvuldige beleggingsdienstverlening’.3 Deze zelfde leidraad is op 29 augustus 2022 verder aangevuld met een losse bijlage. Het betreft hier bijlage 5: realistische verwachte rendementen.4
In de paragrafen hierna gaan wij nader in op de inhoud van deze leidraad inclusief de eerder besproken aanvullingen.Read more
