Vp-bulletin (2026/54)  door Ramon Wernsen, MFP, CFP1

Veel financieel planners hebben ondernemers als client. In de financiële planning speelt dan de verhouding tussen privé en bv veelal een belangrijke rol in de vorm van vermogensstructurering. Het onderdeel ‘financieel management’ maakt een belangrijk onderdeel uit van het financieel plan voor ondernemers (dga’s) en kan een waardevolle aanvulling bieden op de reguliere IB-aangiftes en jaarrekeningen, alsook het belang van financiële planning als proces versterken.2

1. Inleiding

Financieel management heeft te maken met rekenen, wiskunde en economie. Ofwel ‘cijfers’, iets waar een financieel planner in de regel affiniteit mee heeft. Het is dan ook niet zo gek dat de meeste financiële plannen naast letters, vooral uit cijfers bestaan. Cijfers lijken op het eerste gezicht objectief en de waarheid weer te geven. Aan de andere kant zeggen cijfers lang niet altijd alles en zijn deze lang niet zo objectief als wellicht vaak wordt gedacht. De boekklassieker How to Lie with Statistics geeft een aantal mooie voorbeelden hiervan.3 Een van de voorbeelden die binnen de financiële planning van belang is, is het verschil tussen rekenkundig en meetkundig rekenen.4

2. Puzzelen met cijfers en woorden

Financiële planning kan worden vergeleken met een puzzel dat bestaat uit tientallen tot soms wel honderden verschillende puzzelstukjes (lees cijfers). Het verschil is alleen dat een puzzel maar op een manier kan worden gelegd en een financieel plan op meerdere manieren. Het doet mij denken aan een oud-televisieprogramma ‘Cijfers en letters’. Bij het onderdeel ‘cijfers’ kregen de kandidaten een aantal getallen (puzzelstukjes) waarmee deze zo dicht mogelijk in de buurt moesten komen van een door de presentator willekeurig ‘getrokken’ getal. De kandidaat die dit getal het dichtst benaderde was de winnaar. Stel, de kandidaat kreeg de getallen: 25, 50, 75, 100, 3, 6, het door de presentator ‘getrokken’ getal was stel 952 (de gewenste uitkomst). De kandidaat zou dan de volgende oplossing kunnen geven om de gewenste uitkomst te realiseren: (((100 + 6) * 3 * 75) – 50) / 25 = ((318 * 75) – 50) / 25 = 23.800 / 25 = 952.5

De uitkomst van de financiële-planningspuzzel moet leiden tot een optimalisatie van de huidige financiële situatie en het realiseren van de (levens)doelen van de cliënt. Net als in de als metafoor gebruikte televisiequiz ‘Cijfers en letters’ kan het zo zijn dat de exact gewenste uitkomst niet haalbaar is binnen het financieel plan, maar dat het financieel plan wel in de buurt komt van de door de cliënt gewenste uitkomst. Een goed financieel plan onderscheidt zich doordat naast cijfers, de financieel planner ook aandacht heeft besteed aan de tekstuele onderbouwing hiervan.6

3. Start weergave huidige situatie

Er is waarschijnlijk geen enkele financiële professional die zoveel informatie en documentatie vraagt aan zijn cliënten, als een financieel planner. Op de vraag van (potentiële) cliënten: ‘Waarom hebt u zoveel informatie nodig van mij’, luidt mijn antwoord: ‘Hoe kan ik u goed adviseren, als u mij niet alle gevraagde informatie verstrekt’. Met alle persoonlijke en financiële ‘puzzelstukjes’ maakt de financieel planner eerst een overzicht van de huidige totale situatie van de cliënt en zijn onderneming(en). Hier loopt de financieel planner al tegen de eerste uitdaging aan, omdat hij of zij vaak een aangifte inkomstenbelasting en jaarrekening ontvangt die één of soms al wel twee jaar oud zijn. De vraag is dus of deze cijfers de huidige situatie wel goed weergeven. Jaarrekeningen worden opgemaakt door boekhouders en accountants en ondanks dat deze net als een financieel planner zich bezighouden met financiën, begrijpen deze elkaar niet altijd en voeren ze niet altijd hetzelfde jargon. Iets om rekening mee te houden als planner. De volgende uitdaging waar een financieel planner mee te maken krijgt, is hoe om te gaan met de toekomst. Immers, binnen het financieel plan worden veelal projecties gemaakt die in de (verre) toekomst liggen en deze toekomst is vaak allesbehalve zeker. Om deze reden is het ook van belang om het financieel plan periodiek te updaten en doorlopend te monitoren.7

4. Hoe staat de onderneming ervoor?

Het financieel plan wordt gestart met de onderneming(en).8 En wel met de werk-bv, dit is immers de cash cow voor de holding-bv en de uiteindelijke privésituatie. Een financieel planner die financieel management wil opnemen in de financiële planning, zal niet zomaar de ontvangen (ondernemings)cijfers moeten ‘doortrekken’ naar de toekomst. De planner zal de cijfers eerst moeten analyseren en interpreteren. Uit de cijfers is het soms lastig om te beoordelen hoe het bedrijf van de cliënt er op dit moment financieel voorstaat. Gekeken moet worden naar de winst, de kasstromen en het eigen vermogen.

In het financieel plan wordt dan ook in de weergave van de huidige situatie de winst- en verliesrekening (hierna W&V-rekening) opgenomen. Hieruit blijkt of het bedrijf winst of verlies maakt en of hoe hoog of laag de kasstromen zijn. De bezittingen en schulden worden binnen het financieel plan opgenomen in de balans. Hieruit blijkt ook direct het eigen vermogen van het bedrijf. Uiteraard vormen deze W&V-rekening en balans slechts een stukje van het totale financiële plan. Immers, hierin zijn alle kasstromen en vermogensbestanddelen opgenomen van de client. In dit artikel komen we later nog terug op wat ik noem de ‘totaalbalans’.9

5. W&V-rekening

Uit de W&V-rekening kunnen de baten en lasten gehaald worden, ofwel hoe gaat het met de resultaten van het bedrijf? Dit zou vertaald kunnen worden met de binnen de financiële planning bekende begrippen inkomsten en uitgaven. Echter, er zijn wel degelijk verschillen tussen deze begrippen. De baten zijn synoniem voor opbrengsten en de lasten kunnen vertaald worden met kosten. Het verschil is dat inkomsten en uitgaven gaan over daadwerkelijke kasstromen (geld dat werkelijk is binnengekomen en op de rekening staat, dan wel daadwerkelijk is afgeschreven van de rekening). Bij opbrengsten hoeft nog geen sprake te zijn van inkomsten. Zo valt een verstuurde dan wel ontvangen factuur onder de opbrengsten en kosten, echter de factuur versturen of ontvangen betekent nog niet dat het geld al daadwerkelijk op de rekening staat, of deze verlaten heeft. Voorgaande betekent dus ook dat een bedrijf dat meer opbrengsten heeft dan kosten, toch in de problemen kan komen omdat een factuur versturen nog niet betekent dat deze (op tijd) wordt betaald.10 De opbrengsten en kosten over een bepaalde periode vormen de W&V-rekening. De opbrengsten minus de kosten bepalen het uiteindelijke resultaat van de onderneming.11 Het betreft hier een momentopname en kan dus niet zomaar naar de toekomst worden doorgetrokken.

Als financieel planner kun je onder andere het volgende afleiden uit de W&V-rekening:
a. Beoordelen of de winst voldoende is om de continuïteit van de onderneming te waarborgen en eventuele investeringen te doen. Handig is het om de verschillende posten uit te drukken in een percentage van de omzet.
b. Beoordelen of de resultaten voorlopen of achterblijven bij de prognose. Ook hierbij is het weer handig om de afwijking in positieve/negatieve zin uit te drukken in een percentage.
c. Beoordelen hoe de resultaten zich verhouden tot eerdere jaren. Zijn er bijvoorbeeld (grote) verschillen in bijvoorbeeld de omzet, inkoopwaarde van de omzet, de brutowinst, de bedrijfskosten en de winst en hoe zijn deze verschillen te verklaren?
d. Beoordelen resultaten ten opzichte van concurrenten.

Voorgaande kan helpen bij het ‘doortrekken’ van cijfers uit het verleden naar de toekomst in het financieel plan. Uit de W&V-rekening kunnen kengetallen, ook wel KPI’s genoemd (Key Performance Indicators) berekend worden, hier meer over later in dit artikel.

6. De balans

Net als de W&V-rekening valt ook de balans onder het vermogen van de onderneming en kan uit de jaarrekening worden gehaald. Het betreft hier de bezittingen (activa) en schulden (passiva) over een bepaalde periode en het eigen vermogen. De bezittingen op de balans worden onderscheiden in vaste en vlottende activa en liquiditeiten.12 De vaste activa worden vervolgens weer verder onderverdeeld in materiële, niet-materiële en financiële vaste activa. Onder de financiële vaste activa zien we vaak een deelneming staan. De financieel planner moet ervan bewust zijn dat de opgenomen waarde op de balans het nominale bedrag is waarvoor de deelneming is aangeschaft. Deze nominale waarde hoeft echter niets te zeggen over de werkelijke waarde van deze deelneming. En dit verschil in positieve of negatieve zin kan een groot verschil maken in het financieel plan en de (on)haalbaarheid van de (levens)-doelen van de ondernemer. Aan de financieel planner de schone taak om zoveel mogelijk de werkelijke waarde van de bezittingen te achterhalen en op te nemen in het financieel plan.13

Ook zien we vaak een rekening-courantschuld (RC) in de jaarrekening. In het financieel plan (totaalbalans) zien we dan een bezit van de onderneming en een box 3-schuld in privé.14 Belangrijk om te toetsen is of er geen sprake is van excessief lenen en of er een zakelijke rente van toepassing is op basis van de onderliggende rekening-courantovereenkomst.15, 16 Wellicht dat onderbouwd kan worden op basis van een totaalbalans dat de renteopslag op de rekening-courant lager mag zijn, dan wanneer alleen wordt gekeken naar de ondernemingsbalans.

Net als voor de bezittingen geldt, kunnen ook schulden worden onderverdeeld in schulden op de korte en lange termijn.17 Als de schulden kleiner zijn dan de bezittingen zal het eigen vermogen van de onderneming positief zijn. Het eigen vermogen bestaat uit het aandelenkapitaal en verder blijkt uit de balans en het financieel plan de winstreserve.18 Deze reserve kan de ondernemer als (belast) dividend uitkeren. Mogelijk is sprake van een agioreserve, welke op een juiste wijze in het financieel plan moet worden opgenmen.19 Wat verder ook duidelijk wordt in het financieel plan en niet blijkt uit de jaarrekeningen en IB-aangifte is de latente belastingschuld. Deze verlaagt het totale vermogen van de ondernemer en wordt zichtbaar op de totaalbalans.20

Als financieel planner kun je meerdere dingen afleiden uit de balans. Bijvoorbeeld kan de onderneming op de korte en langere termijn aan de verplichtingen voldoen. Ook hier kunnen kengetallen meer inzicht geven.

7. Kengetallen

Uit de ontvangen informatie kan veel informatie gehaald worden, onder andere via kengetallen, ook wel KPI’s genoemd (Key Performance Indicators). Hierna een aantal veelgebruikte kengetallen.21 In het kader hierna zijn de kengetallen onderverdeeld in een viertal hoofdcategorie-en, namelijk liquiditeitskengetallen (geven aan of de ondernemer op korte termijn aan de financiële verplichtingen kan voldoen), solvabiliteitskengetallen (geven aan of een onderneming op lange termijn aan de financiële verplichtingen kan voldoen), winstkengetallen (geven inzicht in de winstgevendheid, efficiëntie en financiële gezondheid van een onderneming) en de activiteitskengetallen (deze meten hoe efficiënt een onderneming haar beschikbare middelen en activa gebruikt om omzet en cashflow te genereren). Deze formules worden losgelaten op de cijfers binnen de onderneming, echter als financieel planner zou je ook deze formules kunnen loslaten op het totale vermogen van de cliënt (totaalbalans). Het zou dan zomaar kunnen zijn dat de ondernemer veel meer solvabel is dan zo op het eerste gezicht blijkt.

Figuur 1 Belangrijke KPI’s

8. Consolidatie holding en werk-bv’s

Als financieel planner is het vaak handig als dit mogelijk is om de holding-bv en de werk-bv(‘s) te consolideren en vervolgens ‘samen te voegen’ met de privésituatie om zo te komen tot de totaalbalans. Soms is er binnen de jaarrekening al sprake van consolidatie, maar zeker niet altijd. In het geval van consolidatie worden de verschillende posten bij elkaar opgeteld. Belangrijk is het dat onderlinge rekening-couranten vervallen en dat het bedrag van de deelneming die bijvoorbeeld de holding-bv heeft in de werk-bv in mindering wordt gebracht op het uiteindelijke eigen vermogen van de onderneming.

9. Totaalbalans

Vanuit de consolidatie kan gestart worden met het opstellen van de totaalbalans. Deze bestaat uit alle bezittingen en schulden en inzicht in het totale netto vermogen (privé plus onderneming(en) op basis van werkelijke waardes). In deze balans worden meegenomen de toekomstige belastinglatenties om het vermogen netto te maken. Dit geldt voor zowel box 1- als box 2-latenties. De totaalbalans probeert een reële inschatting te maken van de werkelijke waarde van de bezittingen en schulden. Een totaalbalans geeft weer de totale bezittingen en schulden per fiscale box plus de eventuele bezittingen en schulden die zijn vrijgesteld of gedefiscaliseerd (denk aan bepaalde vorderingen). Verder kan de totaalbalans weergeven welke bezittingen en schulden aan wie toebehoren (cliënt of partner) dan wel gemeenschappelijk zijn. Om dit vast te stellen moet worden gekeken naar de relatievorm en de eventuele onderliggende notariële aktes. Dit is met name van belang als de ondernemer gaat scheiden of komt te overlijden.22

Verder kan uit de totaalbalans worden afgeleid of het om liquide, dan wel niet-liquide bezittingen gaat. Ook kan uit de totaalbalans de totale strategische asset allocatie worden afgeleid, ofwel de verdeling van het vermogen over de verschillende beleggingscategorieën. Dit is belangrijk om uiteindelijk binnen het financieel plan het verwachte (beleggings)risico te bepalen en hiermee een inschatting van het verwachte rendement.

Op basis van voorgaande kan de financieel planner vervolgens zijn adviezen geven op alle geanalyseerde puzzelstukjes en een forecasting maken voor de korte, middellange en lange termijn.23 Er kunnen meerdere scenario’s in het financieel plan worden berekend, afhankelijk van de situatie. Ook aan bod kunnen komen onverwachte scenario’s waaronder tegenvallende bedrijfsresultaten, het niet kunnen verkopen van de bedrijfsactiviteiten of tegen een tegenvallende prijs, het toevoegen van beleggingen in privé of bv en scenario’s waaronder scheiding en overlijden. Gelet op het aantal geanalyseerde cijfers, zijn er veel adviezen mogelijk waarmee de ondernemer/cliënt zeker geholpen is en de financieel planner zijn meerwaarde kan bewijzen.

BRONNEN:

1 Ramón Wernsen MFP, CFP®is zelfstandig financieel planner en eigenaar van Financial Planning 4 All en mede-eigenaar van Profit Planner.
2 Financieel management heeft betrekking op alles wat met de financiën van een bedrijf te maken heeft en is veelal een onderdeel binnen het financieel plan. De kracht van financiële planning is dat het een doorlopend proces is en geen eenmalige exercitie.
3 Huff, D. (1954), How to lie with statistics, New York: Norton.
4 Stel dat een beleggingsfonds de volgende jaarlijkse rendementen behaalt: jaar 1: +25%; jaar 2: +10%; jaar 3: -10%; jaar 4: +20% en jaar 5: +15%. Het gemiddelde rekenkundige rendement is simpelweg het gemiddelde van deze vijf rendementen: (25 +10 – 10 + 20 + 15) / 5 = 12%. Betekent dit nu dat een persoon die op 1 januari van jaar 1 een bedrag van 100.000 euro belegd zou hebben, op 31 december van jaar 5 een bedrag zou hebben dat met 12% per jaar gegroeid zou zijn, ofwel: 100.000*(1,12)5 = 176.234 euro? Het antwoord op deze vraag is ontkennend. De persoon in kwestie zou een aanzienlijk lager bedrag in handen hebben. Dit bedrag kan als volgt worden berekend: 100.000*(1,25)*(1,10)*(0,90)*(1,20)*(1,15) = 170.775 euro. Dit is het verschil tussen een rekenkundig rendement en een meetkundig rendement. Het rekenkundige rendement is het gemiddelde van de jaarlijkse rendementen. Het meetkundige rendement is het rendement dat feitelijk wordt behaald. Het meetkundig rendement voor het beleggingsfonds kan worden berekend als (170.775/100.000)1/5 – 1 = 11,3%.
5 https://nl.wikipedia.org/wiki/Cijfers_en_letters.
6 Mijn ervaring is dat een financieel plan en de adviezen die hierin staan pas worden aanvaard door de cliënt als de inhoud van het financieel plan wordt begrepen. Hiervoor zijn naast cijfers ook woorden nodig. Hiermee kan wederom de metafoor worden gezocht met het televisieprogramma Cijfers en letters, waar de goede kandidaat naast een goed cijfermatig inzicht ook goed was in het spellen van woorden.
7 Ik benadruk als financieel planner het belang van updaten en monitoren; ik noem dit interne en externe wijzigingen die van invloed zijn op het financieel plan. Interne wijzigingen zijn bijvoorbeeld gewijzigde omstan. digheden in het leven van de cliënt, of gewijzigde/ aanvullende doelen. Externe wijzigingen betreft bijvoorbeeld veranderende wet- en regelgeving die impact heeft op het financieel plan.
8 Een financieel plan begint volgens de auteur eerst vanuit het BW 1: het personen en familierecht (wat is van wie?) en vandaar wordt geschakeld naar BW2: rechtspersonen.
9 Vanuit een totaalbalans kan ook eenvoudiger een totaaladvies worden gegeven. Hoe meer puzzelstukjes, hoe meer adviespunten, hoe waardevoller het financieel plan en de planner? 10 Een accountant spreekt vaak over opbrengsten en kosten en een financieel planner over inkomsten en uitgaven. Het lijkt hetzelfde, maar is het niet, Babylonische spraakverwarring licht soms op de loer.
11 Om deze reden valt de W&V-rekening ook binnen ‘vermogen’ in het financieel plan in plaats van onder ‘kasstromen’.
12 Vaste activa zijn bezittingen die voor langer dan een jaar deel uitmaken van het bedrijf, ofwel hebben niet als doel om snel verkocht te worden en omgezet te worden in cashgeld, denk aan gebouwen, voertuigen en machines. Vlottende activa zijn bezittingen die veelal voor korter dan een jaar deel uitmaken van de onderneming, dan wel om te zetten zijn in cash/liquiditeiten, voorbeelden zijn voorraden en vorderingen. liquide middelen betreffen geld en vallen ook onder de vlottende activa.
13 Dit geldt ook voor andere bezittingen. In de aangifte-IB staat bijvoorbeeld de WOZ-waarde van de woning. In werkelijkheid zal deze vaak een hogere werkelijke waarde vertegenwoordigen. Ditzelfde geldt ook voor (verhuurd) vastgoed in box 3 of in de onderneming.
14 RC-vorderingen worden in de boekhouding vaak als vlottende activa of vlottende passiva (indien negatief) behandeld. Bij aanzienlijke, langdurige posities kan een RC-schuld worden aangemerkt als financiële vaste activa (als vordering) of fiscale lening.
15 https://www.rijksfinancien.nl/belastingplan-memorie-van-toelichting/ 2025/d17e2055.
16 https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/ belastingdienst/prive/werk_en_inkomen/bijzondere_situaties/geld_ lenen_van_uw_bv/zakelijke__voorwaarden/een_zakelijke_rente_bepalen.
17 Onder lang vreemd vermogen vallen bijvoorbeeld een hypotheek of andere langlopende (bank)leningen. Onder kort vreemd vermogen vinden we o.a. de crediteuren en rekening-courantschuld.
18 Op de balans zijn soms ook wettelijke/statutaire reserves opgenomen moet worden opgenomen.
19 Agioreserve kan onder voorwaarden onbelast worden uitgekeerd.
20 De box 2-claim die weliswaar kan worden uitgesteld, maar vroeg of laat toch betaald zal moeten worden en hiermee impact heeft op de financiële positie en de (levens)doelen van de cliënt.
21 Kan gehaald worden uit financiële administratie/boekhoudsysteem/V&W.rekening. Kosten/inspanningen verzamelen gegevens laag, zolang relevante boekhoudgegevens aanwezig.
22 Van belang is de inhoud van het huwelijksvermogensrecht, partnervoor. waarden, samenlevingscontract en eventuele testamenten, of anders de toepassing van het wettelijk erfrecht voor gehuwden/geregistreerd partners.
23 De financieel planner kan dit in samenwerking doen met andere adviseurs en de regiefunctie pakken in deze.