Publicatie in Vakblad De Hypotheekadviseur, nummer 3-2019 (uitgeverij Wolters Kluwer), door Ramon Wernsen

De beroemde Griekse filosoof Aristoteles zei het al: ‘Het is waarschijnlijk, dat er onwaarschijnlijke dingen zullen gebeuren.’ Het is belangrijk voor u als adviseur om uw klanten te wijzen op de risico’s rond de hypotheek die zij hebben of willen afsluiten. In een tweeluik behandelen we achtereenvolgens het schaderisico, het inkomensrisico en het restschuldrisico.

In ieder leven vinden onverwachte gebeurtenissen plaats, ook in die van uw klanten. Denk aan echtscheiding, vroegtijdig overlijden, arbeidsongeschiktheid of werkloosheid. Maar ook brand, diefstal of rechtszaken.

Met dit alles moet rekening worden gehouden als uw klant een woning koopt en een hypotheek bij u afsluit. Uw klant gaat immers een financiële verplichting van lange duur aan. Bij het afsluiten van een hypotheek is het belangrijk dat u uw klanten enerzijds beschermt tegen grote financiële risico’s, anderzijds moet de hypotheek de klant voldoende flexibiliteit bieden als zijn omstandigheden veranderen.

Risico’s signaleren

Niet alleen u, maar ook de door u geselecteerde hypotheekverstrekker zal voordat hij geld aan uw klant leent voor de aankoop van een woning, een aantal risico’s in kaart willen brengen. Die gaan onder meer over schade aan de woning (schaderisico) en het risico dat het inkomen van uw klant wegvalt en hij de hypotheek niet meer kan bekostigen (inkomensrisico). Ook wordt het risico meegenomen dat het niet lukt de lening af te lossen in de afgesproken tijd (restschuldrisico).

We bespreken deze risico’s deels in dit artikel en deels in het volgende nummer. Uw klant moet op het gebied van risico’s diverse keuzes maken. Hier heeft hij uw expertise nodig. Bijvoorbeeld waar het gaat om de risico’s die hij niet zelf kan dragen, af te dekken met een verzekering. Zorg ervoor dat uw klant weet hoe het zit met de risico’s rond zijn hypotheek die hij al heeft of wilt afsluiten. We behandelen achtereenvolgens het schaderisico, het inkomensrisico en het restschuldrisico.

Flexibiliteit 

Het is aan te raden om te beoordelen of de hypotheek die u voor uw klant op het oog hebt (of diegene die hij al heeft) voldoende flexibiliteit biedt. Wat zijn bijvoorbeeld de mogelijkheden om af te lossen als de klant in kwestie meer gaat verdienen? Of wenst te verhuizen. En wat gebeurt er als zijn woning veel meer of veel minder waard wordt? Zijn er voldoende mogelijkheden om de voorwaarden van de lening dan aan te passen? Welke vormen van flexibiliteit vindt de klant belangrijk en welke minder? Het is belangrijk dat u uw klant hierover laat nadenken alvorens hij de hypotheek afsluit.

Schaderisico

De woning is het onderpand van de hypotheeklening. Bij bijvoorbeeld brand of waterschade moeten er voldoende middelen beschikbaar zijn om het huis weer op te bouwen, of te renoveren. Daarom eist een hypotheekverstrekker dat uw klant een zogeheten opstalverzekering afsluit die de schade aan de woning dekt. Een opstalverzekering, ook wel woonhuisverzekering genoemd, dekt de schade aan de woning en aan alle spullen die daaraan vastzitten, zoals vloeren en sanitair. De premie is afhankelijk van waar uw klant woont, en het type en de grootte van de woning.

De verzekering moet ingaan op de dag dat de woning is opgeleverd, bijvoorbeeld door de bouwer voor een nieuwbouwwoning of bij de overdracht. Koopt uw klant een appartement, dan regelt de vereniging van eigenaren (VvE) de opstalverzekering voor het volledige pand. Individuele eigenaren betalen hiervoor meestal een bedrag via de maandelijkse servicekosten. Uiteraard wijst u uw klant op dit risico en helpt u hem met een passende verzekering.

Koop uw klant een appartement? Controleer dan de dekking van de collectieve opstalverzekering. Soms is de dekking beperkt en niet voldoende als uw klant in zijn appartement een dure keuken en/of badkamer heeft.

Naast de opstal- of woonhuisverzekering wijst u uw klant ook op het belang van een passende inboedelverzekering en sluit er waar nodig een voor hem af.

Herbouwwaarde centraal

Bij de opstalverzekering draait alles om wat het kost om de woning weer op te bouwen: de herbouwwaarde. Dat is het totaalbedrag dat nodig is om de verzekerde woning in dezelfde staat te herbouwen. Verzekeraars gebruiken hiervoor herbouwwaardemeters. Sommige verzekeraars geven een garantie tegen onderverzekering als het verzekerde bedrag jaarlijks wordt aangepast aan inflatie. Bij steeds meer verzekeraars is uw klant voor een hoog standaardbedrag verzekerd.

Gaat uw klant in een monument wonen? Dan volstaat een reguliere herbouwmeter van de verzekeraar vaak niet. Zo moet de opstalverzekering van een monumentaal pand rekening houden met bijzondere stijlkenmerken, de bij de bouw gebruikte kostbare materialen en meestal ook het ontwerp door een bekende architect. Uiteraard aan u de schone taak om hierover overleg te voeren met de verzekeraar en hypotheekverstrekker.

Opstalverzekering

Er zijn diverse soorten opstalverzekeringen, met veel verschillende namen. Ze onderscheiden zich in wat de verzekering dekt. Er bestaan vier versies, met combinaties van een standaarddekking, een uitgebreide dekking en een dekking tegen alle van buiten komende onheilen. Vanzelfsprekend hangt er een prijskaartje aan een meer uitgebreide dekking. 

  • Brandverzekering: dekking tegen brand, ontploffing en blikseminslag.
  • Uitgebreide gevarenverzekering (UGV): extra dekking tegen stormschade (windkracht 7 of meer), diefstal, vandalisme en neerstortende vliegtuigen.
  • Extra uitgebreide gevarenverzekering (UGV+): extra dekking tegen schroei-, zeng- (inbijten van stoffen) en smeltschade, waterschade door water dat via de begane grond is binnengestroomd en hak- en breekwerk om een defecte waterleiding op te sporen.
  • Allriskverzekering: extra dekking tegen alle van buiten komend onheil dat beschadiging veroorzaakt, plotseling en onverwacht ontstaan. Meestal met een eigen risico per soort schade.

Vraag uw klant of hij in de toekomst kostbare technologie aan de woning wil toevoegen om deze te verduurzamen, zoals zonnepanelen of een warmtepomp? Onderzoek dan alvast of de opstalverzekering de waarde van deze nieuwe toevoegingen dekt.

Rechtsbijstandsverzekering

Vraag uw klant of hij een rechtsbijstandsverzekering heeft. Bij steeds meer hypotheken wordt ook een rechtsbijstandverzekering aangeboden. Vaak goed om te adviseren, want zo’n verzekering vergoedt de juridische kosten bij geschillen. Let er als adviseur wel goed op dat er geen dubbele dekking ontstaat met een rechtsbijstandsverzekering die uw klant mogelijk al heeft. Bijvoorbeeld via de maatschappij waar zijn inboedelverzekering loopt.

Inkomensrisico’s

De hypotheek is mede gebaseerd op het inkomen van uw klant. Dit is een belangrijk gegeven, omdat er altijd situaties kunnen optreden die ervoor zorgen dat hij de maandelijkse lasten niet meer kan dragen, tijdelijk of op lange termijn. Het is daarom goed om dit risico met uw klant te bespreken en hem te wijzen op onder andere de binnen de hypotheekakte opgenomen afspraken die bepalen wat er gebeurt als uw klant onverhoopt zijn financiële verplichtingen niet kan nakomen. Die afspraken gaan over overlijden, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid.

Overlijden

Bij het afsluiten van een hypotheek breng je als adviseur ook het onderwerp overlijden ter sprake. Niet het leukste onderwerp om over te praten, maar wel belangrijk om te bespreken. Weet uw klant wat het betekent voor zijn geldzaken als hijzelf of zijn partner overlijdt. Kan bij overlijden de langstlevende partner in het huis blijven wonen en de vaste lasten blijven betalen? Hoeveel geld is hiervoor nodig? Wil de langstlevende partner wel in het huis blijven wonen? Indien nee, wat is dan een goed alternatief en is dit financieel haalbaar? Het is van belang dat jij als adviseur je klant confronteert met deze risico’s en hem en zijn partner hierover laat nadenken. Mogelijk zijn er voldoende financiële middelen. Is dat niet het geval, dan is het wellicht een goed advies om een verzekering af te sluiten.

Door het financiële risico tijdig af te dekken, voorkomt u als adviseur dat uw klant in financiële problemen komt in een toch al moeilijke periode in zijn leven. Mocht dit risico zich voordoen en uw klant is hiertegen goed verzekerd dan zal hij u eeuwig dankbaar zijn.

Wat betekent het voor het gezinsinkomen als het inkomen wegvalt van de klant of zijn partner wegvalt? Na overlijden kan het inkomen bestaan uit: inkomsten van de achterblijvende partner, nabestaandenpensioen, weduwe- en wezenpensioen, uitkeringen als gevolg van de Algemene Nabestaandenwet (ANW) en vrijvallende regelingen.

We bespreken deze onderdelen kort:

– Inkomsten van de achterblijvende partner.

Uw taak als adviseur is het om uit te zoeken of de klant of zijn partner de woonlasten alleen kan betalen als een van beiden wegvalt. Is dat niet het geval, dan is het advies om een overlijdensrisicoverzekering af te sluiten om dit risico op te vangen. Het lijkt logisch om de verzekering af te sluiten op het leven van de partner met het hoogste inkomen. In de praktijk kunnen er echter ook financiële problemen ontstaan als de partner zonder inkomen of met een laag inkomen wegvalt. Bijvoorbeeld als deze partner altijd voor de kinderen zorgde. De achterblijvende partner moet dan kosten maken voor extra kinderopvang of minder gaan werken.  Mogelijk heeft uw klant al een bestaande overlijdensrisicoverzekering en kunt u bekijken of deze nog volstaat of moet worden aangepast dan wel beëindigd en opnieuw worden afgesloten.

– Nabestaandenpensioen.

Is er een pensioenregeling, dan heeft de partner normaliter recht op het nabestaandenpensioen. Dit is een levenslange uitkering voor de achterblijvende partner als de werknemer voor de ingang van het gewone pensioen overlijdt. Deze uitkering bedraagt veelal 70 procent van het bij volledige diensttijd op te bouwen pensioen. Zoals u weet is het pensioengevende salaris sinds een aantal jaar beperkt. In 2019 is dit maximaal 107.593 euro. Uw klant bouwt daarom minder pensioen op wanneer zijn salaris meer bedraagt dan het hiervoor genoemde bedrag, en dat is ook van invloed op het nabestaandenpensioen. Is het loon van de partner of dat van de klant veel meer dan het maximum, dan krijg de langstlevende partner na overlijden mogelijk te maken met een inkomensterugval.

Er zijn twee soorten nabestaandenpensioen: op opbouwbasis en op risicobasis. Een nabestaandenpensioen op opbouwbasis houdt in dat er ook werkelijk een pot met geld wordt opgebouwd. Bij een nabestaandenpensioen op risicobasis wordt er alleen maar een jaarlijkse premie betaald om het risico van overlijden in een bepaald jaar te verzekeren. Deze laatste vorm wordt steeds meer gebruikt. Van de werknemers heeft 80 procent een nabestaandenpensioen op risicobasis. De meeste klanten weten niet welk risico ze daarmee lopen: worden zij ontslagen of nemen zij zelf ontslag? Is sprake van deze laatste situatie dan vervalt direct het nabestaandenpensioen. De achterblijvende partner heeft dan geen recht op een nabestaandenpensioen van je ex-werkgever. Overigens geldt dat ook wanneer uw klanten gaan scheiden en de kans hierop is zeker aanwezig. Waar het gaat om jongere mensen is het scheidingsrisico groter dan het overlijdensrisico. Toch krijgt deze laatste meer aandacht, ten onrechte.

– Weduwe- en wezenpensioen.

Zijn er kinderen onder de 18 jaar, dan geldt een toeslag op het weduwepensioen van 20 procent per kind. Dit wordt ook wel het wezenpensioen genoemd. Kinderen die naar school gaan of studeren hebben tot hun 27ste recht op een wezenpensioen. Elk van de kinderen heeft recht op 14 procent van het ouderdomspensioen dat de klant zou krijgen als hij tot pensioendatum zou hebben gewerkt. Dit is de hoofdregel, uitzonderingen op de regel zijn echter goed mogelijk. Controleer daarom als adviseur goed het Uniform Pensioenoverzicht (UPO) dat uw klant elk jaar krijgt toegestuurd hoeveel wezenpensioen er voor de kinderen is geregeld of laat uw klant inloggen op www.mijnpensioenoverzicht.nl en vraag om een uitdraai van de klant en zijn eventuele partner. 

– Uitkeringen als gevolg van de Algemene Nabestaandenwet (ANW).

Zolang het jongste kind nog geen 18 jaar is, heeft de achterblijvende partner recht op een inkomensafhankelijke uitkering op grond van de ANW. De regeling is in de afgelopen jaren sterk versoberd voor de achterblijvende ouder. U kunt uw klant adviseren om een Anw-hiaatverzekering af te sluiten, ervan uitgaande dat dit niet al via de werkgever is geregeld. Deze verzekering biedt een uitkering tot de achterblijvende partner de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en AOW krijgt. De verzekering gaat in op het moment dat de ANW-uitkering vervalt, als het jongste kind 18 jaar wordt. Ook zijn er regelingen die direct uitkeren na het overlijden van de partner, ongeacht de leeftijd van het jongste kind. 

– Vrijvallende regelingen.

Mogelijk zijn er ook lijfrenten en koopsompolissen die bij overlijden tot uitkering komen. Hiervoor moet dan een nabestaandenlijfrente door de langstlevende klant worden aangekocht. Misschien komt er nog ander geld vrij uit woonlastenverzekeringen, arbeidsongeschiktheidsdekkingen of andere verzekeringen.

U doet er als adviseur goed aan om dit alles in kaart te brengen en uw klant te informeren en waar nodig passende maatregelen te treffen.

Overlijdensrisicoverzekering

Tot 2018 was bij een hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie (NHG) een overlijdensrisicoverzekering verplicht. De verplichting is met ingang van 1 januari 2019 vervallen, maar het kan nog steeds verstandig zijn zo’n verzekering af te sluiten, afhankelijk van de situatie van de klant.

Er zijn verschillende soorten overlijdensrisicoverzekeringen. De prijsverschillen tussen aanbieders zijn groot, het loont dus om de prijzen te vergelijken. Op deze manier kunt u uw klant veel geld besparen.

Bij de meeste overlijdensrisicoverzekeringen is het zo geregeld dat wanneer de klant voor de einddatum de verzekering beëindigt, hij de betaalde premies kwijt is. Bij sommige verzekeringen ontvangt hij een deel van de betaalde premies plus rente terug en bij weer enkele andere verzekeraars ontvangt hij een premievrije aanspraak. Dit houdt in dat de verzekering nog enige tijd blijft doorlopen. Dit komt omdat de klant gedurende de eerste helft van de looptijd bij een gelijkblijvende premie de eerste jaren te veel premie betaalt en gedurende de tweede helft te weinig premie. Wanneer de klant gedurende de eerste helft de verzekering opzegt, heeft hij eigenlijk te veel premie voldaan. Deze ontvang hij dan als ware terug in geld of via een premievrije aanspraak. U doet er goed aan om uw klant deze verschillen uit te leggen en de best bij hem passende verzekering af te sluiten.

Ook is het cruciaal te inventariseren of uw klant in gemeenschap van goederen is getrouwd dan wel huwelijkse voorwaarden, partnervoorwaarden of een samenlevingscontract heeft. In deze laatste drie situaties kan worden voorkomen dat de langstlevende partner over de uitkering erfbelasting moet betalen. Immers de premies zijn op papier niet door de overledene, maar door de nabestaande voldaan. Dit wordt premiesplitsing of kruislingse premiebetaling genoemd. Controleer ook de eventueel bestaande overlijdensrisicoverzekering of hierin de premiesplitsing is opgenomen en de notariële aktes. Het is namelijk van belang dat de premiesplitsing daadwerkelijk blijkt uit de huwelijkse voorwaarden, de partnerschapsvoorwaarden of het samenlevingscontract.

Rokers betalen meer premie, maar wat nu als uw klant ‘minder’ gezond is op het moment van afsluiten van de verzekering. Het is belangrijk dat u weet van uw klant hoe gezond hij is. Dit is namelijk een van de bepalende factoren bij de premie van de verzekering. Is hij ziek geweest of heeft hij een chronische ziekte? Dan kan de verzekeraar een premieopslag rekenen. Ook overgewicht kan een reden zijn voor premieopslag. Die opslag moet het extra risico compenseren dat de verzekeraar loopt. In theorie kan deze klant door zijn lichamelijke conditie namelijk eerder overlijden dan de gemiddelde Nederlander.

Hebt u te maken met een klant waarvan de lichamelijke conditie mogelijk tot een premieopslag leidt, dan doet u er goed aan te shoppen bij verschillende geldverstrekkers en verzekeraars. Er zijn namelijk geen wettelijke regels voor de termijn en de hoogte van de premietoeslag, deze worden door de verzekeraar bepaald. Diverse aanbieders van verzekeringen hebben medewerkers die weten welke aanbieders de beste tarieven bieden voor bijvoorbeeld diabetespatiënten.

Hoe meer kennis een verzekeraar heeft van de vooruitzichten van de aandoening van de klant, hoe meer kans dat hij een reële opslag krijgt. Verzekeraars zijn steeds beter op de hoogte van de risico’s en overlevingskansen van mensen die bijvoorbeeld diabetes hebben of die aan een vorm van kanker lijden.

In het volgende nummer gaan we uitgebreid in op de risico’s van arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en het restschuldrisico.

Ramón Wernsen MFP, FFP, CFP® is financieel planner en eigenaar van Financial Planning 4 All. Hij verzorgt verder trainingen en publicaties op het gebied van financiële planning.