Publicatie VP Bulletin vermogende particulieren (jaargang 28/ maart 2021, nummer 3, uitgeverij Wolters Kluwer), door Ramon Wernsen

Vandaag de dag is een indexbelegging op de S&P 500 het meest verhandelde aandeel ter wereld.1 Deze index bestaat uit de 500 grootste Amerikaanse bedrijven. Nog niet eens zo heel lang geleden was beleggen in indexen vooral iets voor institutionele beleggers, maar tegenwoordig beleggen ook meer en meer particuliere beleggers in indexproducten, waaronder ETF’s (deze afkorting staar voor Exchange Traded Funds). Dit gaat ten koste van het beleggen in actieve beleggingsfondsen en beleggen in individuele aandelen.2 Veel beleggers kiezen voor indexbeleggen vanwege de lage kosten en de eenvoud van de producten. In werkelijkheid zijn er verschillende soorten indexproducten van eenvoudig tot complex. Ook qua kosten zijn er grote verschillen in de diverse indexproducten.

Koersveranderingen op beleggingsbeurzen en andere financiële markten laten zich niet voorspellen. Of het aandeel ASML, Heineken of Unilever gaat stijgen of dalen, of aandelen Koninklijke Olie, Randstad of DSM niet lager kunnen dan wel of de rente gaat stijgen of voor langere tijd negatief zal blijven, valt niet te voorspellen.  

Als iemand in uw omgeving de gratis gouden tip geeft hoe u door beleggen in korte tijd rijk kunt worden, dan is deze tip vaak waardeloos en zeker geen goud waard. Ook in dit artikel leest u niet hoe u even snel financieel onafhankelijk wordt door beleggen. Wel is er in dit artikel aandacht voor een wijze van beleggen die de afgelopen jaren snel terrein wint: indexbeleggen. Vaak wordt hieronder verstaan beleggen in ETF’s, welke in de Euronext-landen ook wel trackers worden genoemd (in dit artikel worden de termen ETF en tracker door elkaar gebruikt). Het Engelse woord tracken betekent volgen en dit is ook precies wat deze beleggingsproducten in de kern doen. Het zo nauwkeurig mogelijk volgen van een index. 

In dit artikel wordt ten eerste ingegaan op waarom een belegger indexbeleggen zou moeten overwegen. Vervolgens wat een ETF is en waarvan deze verschilt met een indexfonds. Ten derde het verschil tussen een marktkapitalisatie en gelijk gewogen index. In de vierde plaats waarom de opkomst van ETF’s niet te stoppen is. Daarna wordt ingegaan op de kosten van ETF’s in vergelijking met die van actieve beleggingsfondsen. Ten zesde wordt het verschil beschreven tussen fysieke ETF’s, diegene die aan securities lending doen en synthetische ETF’s. Daarna wordt beschreven waarom beleggers er verstandig aan doen om eerst een financieel plan op te laten stellen en daarna pas te gaan beleggen. Ten slotte volgt de samenvatting.

Waarom indexbeleggen?

De AEX-index is de belangrijkste Nederlandse beursindex en is elke dag in het nieuws. De index geeft het beeld weer van de koersontwikkeling van de 25 aandelen met de grootste marktkapitalisatie op de Amsterdamse effectenbeurs. Uit het gewogen gemiddelde van de koersen van deze aandelen wordt de stand van de AEX berekend. Door een ETF te kopen op de AEX-index wordt dus belegd binnen een fonds in de 25 onderliggende bedrijven die deze index rijk is. De AEX-index is slechts een van de vele honderden indexen die er wereldwijd zijn en waarin door middel van een ETF kan worden belegd. Voorbeelden van bekende indexen zijn de Amerikaanse S&P 500, de MSCI World Index, de Nasdaq 100, de Japanse Nikkei 225, de Euro Stoxx 50 en de DAX van onze oosterburen. De beste Amerikaanse index om in te beleggen is, volgens beleggingslegende Burton Malkiel is de Willshire 5000 Index.3

Op de vraag waarom iemand zou moeten kiezen om te beleggen in indexfondsen of ETF’s kunnen de volgende drie antwoorden worden gegeven:

  • indexbeleggen is eenvoudig;
  • met indexbeleggen stopt men niet de spreekwoordelijke alle eieren in een mandje. Ofwel het beleggingsrisico wordt gespreid, want met slechts een indexfonds of ETF’s wordt belegd in enkele tientallen, honderden of soms wel meer dan duizend aandelen. Kortom door meerdere ETF’s op te nemen in een beleggingsportefeuille kan worden belegd in vele duizenden aandelen;
  • indexbeleggen is in de basis goedkoop, het is goed voor het rendement en de vermogensopbouw om de kosten laag te houden. Stel een belegger belegt gedurende dertig jaar elk jaar 10.000 euro in een indexfonds met lage kosten (0,25 procent). Bij een rendement van 5 procent per jaar levert dit over dertig jaar ongeveer 635.000 euro op. Als deze belegger zou kiezen voor een fonds met 1,25 procent kosten per jaar, dan levert dit ongeveer 100.000 euro minder op. Aangezien rendementen onvoorspelbaar zijn en kosten voorspelbaar, doet men er goed aan om de kosten laag te houden.

Er is in de afgelopen jaren veel onderzoek gedaan naar de prestaties van ETF’s versus actieve beleggingsfondsen. Uiteraard zijn er actieve fondsen welke achteraf gezien betere resultaten hebben laten zien. Gemiddeld echter doen ETF’s het beter. Zo ook in 2020.4 Al in 1900 schreef de Franse wiskundige Louis Bachelier een artikel over de ‘industries dark secret’ waarin hij aangaf dat het moeilijk zo niet onmogelijk is om met de selectie van individuele aandelen gedurende lange tijd de markt te verslaan. Sindsdien hebben honderden academische studies de bevindingen van Bachelier ondersteund.5

Wat is een ETF?

Een Exchange Traded Fund (ETF) of tracker is een open-end beleggingsfonds dat zo goed mogelijk een index volgt. Open-end betekent dat het continu mogelijk is om nieuwe ETF’s te creëren. Ook als er onvoldoende koop- of verkooporders vanuit de markt voorhanden zijn kan er tegen een marktconforme prijs worden gehandeld.

De kenmerken van deze ‘passieve’ fondsen zijn eenvoud, flexibiliteit, transparantie en liquiditeit. De meest eenvoudige ETF’s volgen hun onderliggende index passief. Dit betekent dat deze ETF’s alleen van samenstelling wijzigen als de onderliggende index dit ook doet. Deze ETF’s voeren geen actief beleid – zoals een regulier actief beleggingsfonds – waarbij een fondsmanager (team van beleggingsexperts) bepaalde aandelen wel opneemt in het fonds en andere niet. Als belegger koopt u dus zowel de winnaars als de verliezers van morgen. Uiteraard wil iedereen alleen de winnaars in de portefeuille. Maar aangezien niemand tevoren weet wie deze winnaars zullen zijn, is het beter om alle onderliggende aandelen in de index te kopen dan om te speculeren wie de winnaars worden.

ETF versus indexfonds

Wanneer we spreken over indexproducten kunnen we grofweg onderscheid maken tussen indexfondsen en ETF’s (trackers). De overeenkomst is dat ze beiden passief een index volgen. Maar er zijn ook verschillen tussen beide financiële producten. Deze verschillen kunnen de motivatie vormen om juist te kiezen voor het ene op juist het andere product.

Een belegger heeft veel meer keuze met ETF’s dan met indexfondsen, eenvoudigweg omdat er op de markt veel meer trackers (ongeveer 5.000) te koop zijn dan indexfondsen.6 Hoewel beide producten hetzelfde doel nastreven, is de wijze van verhandelen van ETF’s en indexfondsen verschillend. Indexfondsen worden eenmaal per dag verhandeld tegen de netto fondswaarde (Net Asset Value, NAV). Dat is de som van de koersen van alle effecten in de portefeuille gedeeld door het totale aantal uitstaande participaties/aandelen. De NAV schommelt elke dag, omdat de waarde van de onderliggende beleggingen stijgt en daalt. Een beleggingsfonds wordt één keer per dag tegen de netto fondswaarde (NAV) verhandeld. ETF’s worden gedurende de beursdag tegen de real-time koers verhandeld. Deze koers is elke dag weer voortdurend in beweging.

Het doorlopend verhandelbaar zijn van ETF’s is een voordeel. Maar elke voordeel kent ook zo zijn nadeel. Zo ook hier. Het noodzaakt namelijk beleggers soms om met een flinke opslag te kopen of met een korting te verkopen. Net als bij aandelen kan de spread (het verschil tussen de hoogste prijs die een koper wil betalen en laagste prijs waarvoor een verkoper de ETF van de hand wil doen) soms flink oplopen, bijvoorbeeld in volatiele markten. Dat kan leiden tot hogere transactiekosten dan bij indexfondsen. Deze geven de belegger namelijk de zekerheid dat koop- en verkooporders tegen de NAV worden uitgevoerd.

Marktkapitalisatie versus gelijk gewogen index

De meest gebruikte indexen zijn naar marktkapitalisatie gewogen indexen. De marktkapitalisatie of beurswaarde van een onderneming (het aantal uitstaande aandelen vermenigvuldigd met de beurskoers) bepaalt de omvang van de onderneming in de index. Hoe groter de onderneming, hoe groter zijn aandeel of percentage in de index en in de portefeuille van het indexfonds of ETF. Kleinere ondernemingen zijn percentueel minder vertegenwoordigd. Een gelijk gewogen index belegt daarentegen evenredig over het totaal aantal aandelen binnen de index. Uit onderzoek blijkt dat beleggen in een gelijk gewogen index een beter rendement oplevert dan beleggen in een marktkapitalisatie gewogen index.7 8

Opkomst indexbeleggen niet te stoppen

Hoewel de toegenomen populariteit van passief beleggen vooral wordt toegeschreven aan ETF’s zijn indexfondsen veel ouder. In 1975 startte John Bogle, oprichter van het wereldberoemde beleggingshuis Vanguard, het eerste indexfonds voor particulieren in de Verenigde Staten. Dit was het Vanguard 500 Index Fund. De reden voor Bogle om dit fonds te starten was uit boosheid dat actieve beleggingsfondsen hoge kosten in rekening brachten zonder structureel de index te verslaan.9

De eerste ETF kwam – ook in de Verenigde Staten – pas in 1993 op de markt. In dat jaar werd de eerste tracker gelanceerd op de S&P 500 door State Street.10 Vandaag de dag is een tracker op de S&P 500 het meest verhandelde aandeel ter wereld. In een index beleggen was in het begin alleen iets voor de institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen. De opkomst van deze producten onder particuliere beleggers ontstond pas eind jaren negentig van de vorige eeuw toen ook ‘Joe Sixpack’ de voordelen van trackers ontdekte voor zijn eigen pensioenvoorziening.

In Europa – zo ook in ons land – kwamen ETF’s pas later op de markt. De koersdaling van de beurzen in 2001 en 2002 als gevolg van de internetzeepbel heeft hiertoe zeker bijgedragen. Veel beleggers hadden in deze periode wel een internetaandeel in de portefeuille. Denk hierbij aan World Online, Baan, Enron of een ander internetbedrijf. Deze negatieve beleggingservaring heeft het indexbeleggen zeker een stimulans gegeven. In eerste instantie werd de grote doorbraak tegengehouden door onbekendheid met het product en de terughoudendheid van banken en commissionairs. Deze terughoudendheid heeft zeker ook te maken gehad met de beloning. De provisies op actieve beleggingen waren namelijk zeer aantrekkelijk voor financiële instellingen en adviseurs.

In 2005 kwamen de meeste Nederlandse beleggers voor het eerst in aanraking met indexbeleggen. In dat jaar liet fondshuis Ishares (nu onderdeel van Black Rock) dertien trackers noteren op de Euronext Amsterdam. Momenteel is de markt in ETF’s gegroeid naar wel 5.000 en dit aantal neemt nog altijd toe. ETF’s zijn er in alle beleggingscategorieën, en in alle soorten en maten (aandelen, obligaties en alternatieve beleggingen, zoals, grondstoffen, private equity en hedgefunds). Ook zien we steeds meer ETF’s ontstaan op basis van thema’s. Wat te denken van een ETF in videogaming- en eSports, in water, cybersecurity of artificial intelligence en robotica. Maar ook duurzaam beleggen, beter bekend als ESG-beleggen (afkorting voor: Environmental, Social & Governance) via ETF’s is sterk in opkomst.

In de begin jaren van deze eeuw zien we ook de opkomst in ons land van in indexbeleggen gespecialiseerde vermogensbeheerders. Ook zijn er vermogensbeheerders die zowel een indexoplossing bieden voor hun klanten als andere beleggingsstrategieën. Verder zien we dat indexbeleggen mogelijk is in het geval van vrij beleggen (in box 3 of in box 2) maar ook binnen pensioen- en lijfrenteproducten (box 1).11

Kosten actief versus passief beleggen

Volgens opgave van Morningstar in 2020 zijn de gemiddelde beleggingskosten verder gedaald.

Beleggers in indextrackers betalen jaarlijks gemiddeld 0,19 procent aan kosten (dit was 0,35 procent, daling van 44 procent) tegen 1,12 procent voor actieve beleggingsfondsen (dit was 1,37 procent, daling van 18 procent). Stel dat een belegger 100.000 euro inlegt in beide producten en beide producten 6 procent bruto-rendement per jaar realiseren dan is het beleggingsresultaat in een ETF na 10 jaar 175.900 euro en in het actieve product 161.345 euro. Dit verschil loopt verder op naarmate de beleggingshorizon langer wordt (hierbij ga ik er wel vanuit dat beide producten hetzelfde rendement realiseren, wat natuurlijk in de praktijk niet zo hoeft te zijn). Aardig om te vermelden is dat fondsaanbieder Fidelity in 2018 op de markt kwam met twee ETF’s met 0 procent kosten.12

Voor dat prijsverschil zijn meerdere oorzaken aan te wijzen. Het is ten eerste goedkoper om een ETF in de lucht te houden. Het passief volgen van een index brengt minder operationele kosten met zich mee dan het actief selecteren van effecten. Denk bijvoorbeeld aan de kosten die het gebruik van analisten en onderzoekers met zich meebrengen. Een ETF maakt analisten in principe overbodig omdat er geen effecten worden geselecteerd.

Ook de administratieve lasten zijn lager als men een ETF koopt of verkoopt dan in het geval van een beleggingsfonds. Er komen minder personen bij de transactie aan te pas, transactiekosten zijn lager en administratieve verplichtingen voor het verhandelen van trackers zijn minder. Omdat ETF’s via een broker verhandeld worden, wordt een ETF-aanbieder ook niet bij transacties betrokken. Als een belegger een beleggingsfonds wil kopen, moet de order intern worden verwerkt bij het fondshuis, de identiteit van de koper worden vastgesteld en gecontroleerd hoeveel geld de belegger te besteden heeft. Daarna moet de fondsmanager met het geld van de belegger effecten kopen. Dat is meer werk, en brengt op de lange termijn meer kosten met zich mee.

De kosten kunnen worden afgeleid uit de TCO (Total Cost of Ownership). Een belegger moet zich echter niet alleen laten leiden door de TCO. Het beleggen in zowel passieve trackers als actieve fondsen brengt meer kosten met zich mee dan de TCO vermeld. De TCO kan worden gesplitst in twee delen: de kosten om de beleggingen aan te houden (beter bekend als de lopende kosten) en de transactiekosten welke gemaakt worden binnen de beleggingen. De transactiekosten bestaan uit provisies, marktimpact en spreads tussen bied- en laatkoersen. Deze laatste is het verschil in prijs waartussen een fonds gekocht of verkocht kan worden (de spread). Zo zullen ETF’s met een hoog beheerd vermogen en veel liquiditeit een kleinere bied-laatspread hebben dan kleinere ETF’s die opereren in een nichemarkt. De lopende kosten bestaan onder meer uit vergoedingen en andere factoren welke van invloed zijn op het rendement van de ETF ten opzichte van de benchmark die hij volgt.

Maar er zijn ook kosten buiten de TCO, welke voor een belegger niet altijd op voorhand duidelijk zijn. Maar ook deze kosten zijn belangrijk, zij hebben namelijk impact op het uiteindelijke rendement.13 Zo brengen wijzigingen in de onderliggende index (benchmark) kosten met zich mee, immers de betreffende ETF zal hierdoor wijzigingen in het fonds moeten aanbrengen. Dit alles kost geld. Andere extra kosten ontstaan door het fiscale regime van een land waarin de ETF gevestigd is (dit kan leiden tot niet terugvorderbare dividendbelasting door de belegger), het uitlenen van effecten en swap constructies.

Tracking difference

Door alle bijkomende kosten zullen ETF’s een lager rendement realiseren dan hun benchmark (index). Een belegger kan impact van de kosten aflezen via de tracking difference en de tracking error. De tracking difference is een maatstaf die beleggers gebruiken om te beoordelen of ze krijgen waarvoor ze betalen. Duidelijk wordt hiermee het verschil tussen de performance van een ETF ten opzichte van de betreffende index. Stel dat een belegger een tracker heeft op de MSCI World Index en deze index heeft in een zeker jaar 8 procent rendement gemaakt. Als de ETF met 7,5 procent is gestegen, is de tracking difference 0,5 procent. Weet als belegger dat er een verschil kan bestaan in tracking differences tussen ETF’s van verschillende aanbieders op dezelfde index. In sommige gevallen zijn de werkelijke kosten twee tot driemaal hoger als de door de ETF-aanbieder gerapporteerde kosten. Het rendement van een ETF is dus niet per definitie gelijk aan het rendement van de index minus de lopende kosten van deze ETF.

Drie smaken ETF’s

Eerder in dit artikel is het verschil tussen ETF’s en indexfondsen besproken. Maar ook tussen ETF’s bestaan er verschillen. In de praktijk kunnen we drie hoofdsoorten onderscheiden:

  1. Fysieke ETF’s
  2. ETF’s met uitleenactiviteiten
  3. Synthetische ETF’s

1. Fysieke ETF’s
De meest eenvoudige ETF’s zijn die volgens volledige fysieke replicatie beleggen. Dit houdt in dat zij in dezelfde namen beleggen als de index, waarbij de effecten ook dezelfde weging hebben als die van de onderliggende index. Een echte een op een kopie zodoende. De winst van deze ETF is gelijk aan die van de index minus de kosten.

Een afgeleide van voorgaande tracker is waar gebruik wordt gemaakt van de methode van sampling. Hier worden niet alle onderliggende stukken gekocht maar een representatief aantal. In gevallen waar de onderliggende index illiquide aandelen bevat, is een totale duplicatie van de index ongewenst vanwege toenemende kosten. In plaats daarvan zal de fondsbeheerder optimalisatiestrategieën gebruiken die gewoonlijk zijn gebaseerd op historische resultaten bij het creëren van een ‘sampling ETF’ die het indexrendement zo nauwkeurig mogelijk volgt. Maar omdat een optimalisatiestrategie niet altijd succesvol is, kan de tracking error (het risico dat het rendement van een ETF afwijkt van dat van de index) groter zijn met een ‘sampling ETF’. Dit kan gebeuren doordat dan aandelen die sterk in waarde zijn toegenomen in deze ETF ontbreken.

2. ETF’s met uitleenactiviteiten
Het is een misverstand dat alle fysieke ETF’s de onderliggende indexposities in bezit hebben. Er zijn ook fysieke trackers die de onderliggende aandelen en/of obligaties uitlenen aan andere partijen, zoals hedgefondsen. In ruil voor het uitlenen ontvangt de ETF-aanbieder een fee. Deze inkomsten uit securities lending worden vaak gebruikt om de operationele kosten (beheervergoeding, transactiekosten) van de tracker te dekken. Hierdoor kan de ETF-aanbieder een lager kostenpercentage berekenen aan de belegger en/of het verschil tussen de prestaties van de ETF en de index verkleinen. Door aandelen uit te lenen kunnen ETF’s hun operationele kosten geheel of gedeeltelijk dekken en mogelijk zelfs een beter rendement dan de index realiseren. Wel kan dit uitlenen risico’s met zich meebrengen voor de belegger. Immers tegenover de (iets) lagere kosten staat een (veel) hoger risico. In de prospectus van de ETF kan een belegger informatie verkrijgen over de eventuele uitleenactiviteiten.

3. Synthetische ETF’s
ETF’s met synthetische replicatie sluiten swapovereenkomsten af met een of meerdere tegenpartijen om het rendement van de index van het fonds te leveren. Een synthetische ETF heeft de onderliggende waarde dus niet in bezit. Bij een synthetische ETF maakt de uitgever van de ETF gebruik van een tegenpartij die via meestal een swapovereenkomst hem de ETF-koers levert.

Onafhankelijk van de swapstructuur gaat de swaptegenpartij ermee akkoord om het indexrendement in te ruilen voor het rendement van het onderpand-/vervangingsmandje. Hier ontstaat duidelijk een tegenpartijrisico voor de belegger, omdat de swapleverancier misschien niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. Het gebruik van meerdere tegenpartijen kan deze risico’s beperken, maar niet elimineren. Verder is onder UCITS-III (UCIT is een beleggingsfonds dat in heel Europa verkocht mag worden) de maximale blootstelling aan elke swaptegenpartij beperkt tot 10 procent van de intrinsieke waarde van het fonds. Dit wil zeggen dat 90 procent van de waarde gedekt is door onderpand.14

Al met al lopen beleggers met synthetische trackers in meer of mindere mate tegenpartijrisico.

Dit risico is helaas niet altijd uit te sluiten wanneer u een goed gespreide ETF-portefeuille wilt samenstellen. Denk hierbij aan het beleggen in grondstoffen en moeilijke toegankelijke (exotische) markten waarbij het fysiek aanschaffen van de stukken lastig is en kostbaar vanwege de beperkte liquiditeit. Het risico van deze ETF’s neemt echter af als de uitgevende ETF-instelling strenge eisen aan de kwaliteit van het onderpand stelt.

Bij synthetische ETF’s staan banken als tegenpartij garant voor de onderliggende posities die via swaps worden aangegaan – dit in tegenstelling tot de traditionele trackers waarbij de aandelen uit de index worden aangehouden door de ETF-aanbieder en er op die manier geen tegenpartijrisico bestaat.

Eerst financiële planning dan pas beleggen

Tot slot, veel beleggers starten met beleggen zonder eerst een financieel plan te laten opstellen door een gecertificeerd financieel planner. Dit is onverstandig. Uit diverse onderzoeken blijkt dat diegenen die over een financieel plan beschikken een betere controle hebben over hun financiën, alsook betere financiële beslissingen nemen.15Verder helpt een financieel plan bij het optimaliseren van de totale juridische en fiscale situatie, zowel op het gebied van privé als bv. Voorts blijkt dat diegenen met een financieel plan een positievere vermogensontwikkeling kennen dan diegenen zonder plan, alsook eerder hun privé- dan wel ondernemingsdoelstellingen realiseren. Uit een financieel plan kan verder naar voren komen dat een belegger minder beleggingsrisico nodig heeft om zijn doelstelling te bereiken dan hij nu loopt. Dit is voor velen een fijne boodschap, aangezien de meesten van ons liever minder dan meer beleggingsrisico lopen.

Samenvatting

De belangrijkste kenmerken van indexbeleggen zijn eenvoud, flexibiliteit, transparantie, liquiditeit en lage kosten. Binnen indexproducten kan onderscheid worden gemaakt tussen indexfondsen en Exchange Traded Funds (ETF’s) welke ook wel bekend staan als trackers.

Door te beleggen in ETF’s kan een belegger met een relatief klein bedrag al op eenvoudige wijze een goed gespreide beleggingsportefeuille samenstellen. Door middel van indexbeleggen koopt een belegger zowel de winnaars als de verliezers binnen de index. Op zich is dit geen probleem aangezien niemand van tevoren kan voorspellen wie de winnaars en verliezers van morgen zullen zijn. Beleggers die dat wel denken te weten kiezen uiteraard niet voor indexbeleggen.

Via ETF’s kan in alle denkbare beleggingscategorieën en beleggingsthema’s worden belegd. ETF’s worden passief beheerd, maar een belegger kan er wel degelijk actief mee beleggen.

Uit onderzoek blijkt dat de gemiddelde kosten van ETF’s lager zijn dan die van actieve beleggingsfondsen. Wel zijn deze kosten echter vaak hoger dan uit de TCO (Total Cost of Ownership) blijkt. Een goede weergave van de totale kosten kan een belegger verkrijgen door te kijken naar de tracking difference van de betreffende ETF.

Verder zijn er drie hoofdvormen van ETF’s te onderscheiden: de fysieke, degene die aan securities lending (uitlenen) doet en de synthetische trackers. Deze laatste twee kennen een hoger risico welke een belegger zich van bewust moet zijn.

Tot slot doen beleggers er verstandig aan om te starten met een financieel- of vermogensplan alvorens te gaan beleggen.

BRON:

1Verkregen via: https://www.lynx.nl/kennis/artikelen/sp-500-index-alles-populairste-speler/#:~:text=Zoals%20gezegd%2C%20is%20de%20S%26P,van%20hand%20tot%20hand%20gaat.
2 Verkregen via: https://www.morningstar.nl/nl/news/208687/etf-flows-in-2020.aspx
3 Malkiel, B., A random walk down Wall Street, New York: Norton 2003.
4 Verkregen via: https://www.iexprofs.nl/Nieuws/508510/actief-passief/ETFs-doen-het-in-2020-beter-dan-actief-beheerde-fondsen.aspx#:~:text=De%20beursdip%20dit%20voorjaar%20was,beter%20te%20doen%20dan%20ETF%27s.
5 In 1900 publiceerde Bachelier zijn proefschrift Theorie de la spéculation. Hierin betoogde hij dat de vorming van beurskoersen een stochastisch proces is (bepaald door het toeval). Met zijn publicatie stond hij aan de basis van zowel de random walk theorie als de efficiënte markthypothese. Een van de belangrijkste conclusies van de efficiënte markthypothese is dat het onmogelijk is om structureel betere beleggingsresultaten te behalen dan gemiddeld, behalve door geluk.

6 Verkregen via: https://www.vanecketfs.nl/trackers-indextrackers-of-etfs
7 MSCI (2010). “Update on MSCI Equal Weighted Indices”
8 Dash,Loggie (2008). “Equal Weight Indexing – Five Years Later”
9 John C. Bogle (1929-2019) heeft met de oprichting van Vanguard een belangrijke bijdrage geleverd aan de beleggingsindustrie. Hij maakte beleggers duidelijk dat ze nauwelijks invloed konden uitoefenen op de rendementen die er met aandelenbeleggingen konden worden gehaald, behalve door ervoor te zorgen de kosten van de beleggingen te minimaliseren.
10 Verkregen via: https://newsroom.statestreet.com/press-releases
11 Verkregen via: https://www.morningstar.nl/nl/news/208392/europese-kosten-studie-2020.aspx
12 Verkregen via: https://www.morningstar.nl/nl/news/169423/fidelity-introduceert-twee-indexfondsen-tegen-0-kosten-een-historische-stap.aspx
13 Verkregen via: https://www.morningstar.nl/nl/news/156657/een-etf-kent-meer-kosten-dan-u-denkt.aspx
14 De meeste aanbieders beperken de blootstelling van hun fondsen overigens tot een niveau dat ruim onder het door UCITS voorgeschreven maximum ligt en vele verlangen zelfs een onderpand hoger dan de onderliggende waarde voor hun synthetische ETFs. In de praktijk worden de swaps gereset zodra de tegenpartijblootstelling de drempel van een aanbieder bereikt, waardoor de tegenpartijblootstelling terugkomt op nul. Swaps kunnen ook periodiek gereset worden, of wanneer ETF-aandelen worden ingekocht of er nieuwe worden gecreëerd.
15 T. Loonen & Schepen A.: Financiële Planning: inzichten uit wetenschap en praktijk, Baarn, FFP: 2016