Vp-bulletin (2026/5) door Ramon Wernsen, MFP, RFP, CFP
Net als de geboorte hoort ook overlijden bij het leven. Met een testament bepaalt u zelf wat er met uw bezit.tingen moet gebeuren na uw overlijden. Regelt u niets, dan wordt uw nalatenschap verdeeld volgens de wettelijke regels. Nadenken over de eigen sterfe.lijkheid is niet de leukste bezigheid, maar wel be.langrijk. Gun uw klanten en iedereen die zij liefheb.ben daarom een goed testament. De kans is aanwezig dat u al een testament hebt, maar de vraag is of deze (fiscaal) optimaal is.
1. Inleiding
Een notaris, maar ook een financieel planner, kan u pre.cies vertellen welke mogelijkheden u hebt. Het begint met goed nadenken over wat u wilt en belangrijk vindt. Zo is de wens van veel mensen om de partner verzorgd achter te laten. Maar misschien wilt u juist dat uw broer en/of zus al uw bezittingen erven of moet uw vermogen naar een goed doel. Heeft u al een testament? Dan is het be.langrijk dat u eens in de paar jaar controleert of het nog aan uw wensen voldoet.
2. Geen testament: wettelijk erfrecht
Het is goed om bedenken wat er gebeurt als u geen testa.ment heeft. Uw nalatenschap valt dan onder het wettelij.ke erfrecht. Uw vermogen vererft op de manier zoals het Burgerlijk Wetboek dat bepaalt. Dit houdt in dat alles naar uw wettelijke erfgenamen gaat. Dit zijn in de eerste in.stantie uw echtgenoot of geregistreerd partner en uw kin.deren. Hebt u die niet? Dan komen de volgende erfgena.men aan bod: ouders, broers en zussen. Zijn de mensen in deze groep niet meer in leven dan erven eventueel nog in leven zijnde grootouders. Als zij zijn overleden, komen an.dere familieleden in beeld.
3. Waarom wel een testament
Een aantal belangrijke redenen om een testament op te la.ten maken:
- U woont samen. Samenwoners zijn geen wettelijk erfgenaam van elkaar, ook niet met een (notarieel) sa.menlevingscontract.
- U bent alleenstaand en u wilt niet dat uw gehele nala.tenschap toekomt aan uw ouders en/of broers en zussen.
- U wilt uw echtgenoot/geregistreerd partner en/of kinderen onterven.
- U wilt dat uw vermogen niet in één keer naar uw (jonge) kinderen gaat na uw overlijden. U wilt een be.windvoerder of voogd aanwijzen.
- U wilt niet dat de (toekomstige) partners van uw kin.deren ook in uw nalatenschap delen.
- U wilt geld of goederen nalaten aan een goed doel.
4. Een testament voor iedereen
Er zijn diverse (standaard) testamentvormen. Een notaris gebruikt vaak een van deze vormen als basis. Met clausules kan het testament vervolgens worden afgestemd op uw wensen. Hieronder zetten we de belangrijkste op een rij.
4.1 Oude testamentvormen
Heeft u een testament van vr 2003? Dan is de kans groot dat u beschikt over een zogeheten ouderlijke boe.delverdelingstestament. Sinds 1 januari 2003 kan een no.taris een dergelijk testament niet meer opmaken. De hui.dige wet kent dit instituut niet meer en het is derhalve niet meer mogelijk een ouderlijke boedelverdeling onder het thans geldende recht te maken. Als u nog een dergelijk ‘oud testament’ heeft, blijft dat wel gewoon geldig. De vraag is alleen wel of deze nog volstaat en fiscaal optimaal is. De kans is groot van niet (zie kader 1).
Nadelen ouderlijke boedelverdelingstestament
Deze oude testamenten zijn niet fiscaal optimaal, doordat:
a. er geen op-/afvullegaat in is opgenomen. Een opvullegaat is een clausule in een testament waarmee erfbelasting kan worden bespaard. Het zorgt ervoor dat u kunt afwijken van de wettelijke verdeling (juridisch gezien niet, maar rekenkun.dig komt u net een andere verdeling tussen de erf.genamen overeen). In plaats van een gelijk deel voor de langstlevende partner en de kinderen wordt er rekenkundig meer aan de langstlevende partner gegeven, dit om haar of zijn vrijstelling voor de erfbelasting beter te benutten. Immers, de langstlevende moet al erfbelasting be.talen na het eerste overlijden over het deel van de kinderen. Door het opvullegaat kan de langstle.vende partner kiezen voor een andere rekenkundi.ge verdeling. Hij of zij vult met het opvullegaat de eigen erfenis aan ten koste van de erfenis van de kinderen. Hierdoor hoeft er over het deel van de kinderen nog geen erfbelasting te worden betaald. Het afvullegaat gaat nog een stapje verder dan het opvullegaat. Het afvullegaat kan aan de orde komen als de vrijstellingen van de kinderen (€ 26.230 in 2026) en de langstlevende ouder (maximaal € 828.035 in 2026) helemaal zijn benut. Daarna moet er 10% respectievelijk 20% erfbelasting worden betaald. Het afvullegaat kan ervoor zorgen dat naast de vrijstellingen alle tariefschijven optimaal worden gevuld. Dus eerst de 10%-schijf bij alle erf genamen ‘afvullen’ en daarna de 20%-schijf toepassen. Dit kan een groter belastingvoordeel opleveren.
b. niet de mogelijkheid bestaat om een flexibele rente te kiezen: bijvoorbeeld 0% rente, 6% samengesteld of een ander rentepercentage. Het is ook mogelijk om een flexibele renteclausule op te nemen. Bijvoorbeeld dat de vorderingen van de kinderen renteloos zijn, tenzij de erfgenamen anders overeenkomen. Een renteafspraak moet dan binnen twintig maanden na het overlijden worden gemaakt, in verband met het indienen van de aangifte erfbelasting (de oude termijn bedroeg acht maanden, voor nalatenschappen vanaf 1 januari 2026 is dit verlengd naar twintig maanden). Zo kan er bij het eerste overlijden worden gekeken wat op dat moment, gezien de samenstelling van de nalatenschap, gunstig is en hoeft die keuze nog niet te worden gemaakt bij het maken van het testament.
c. niet de mogelijkheid bestaat van een flexibele erfstelling (erfdeel langstlevende 1%, kinderen 99%). Het voordeel hiervan is dat de langstlevende partner wel erfgenaam is en kan beschikken over de gehele nalatenschap. Echter, door het erfdeel zo klein mogelijk te maken worden de vorderingen van de kinderen groter. Op deze manier kan erfbelasting worden bespaard, niet bij het eerste, maar na het tweede overlijden.
4.2 Vruchtgebruiktestament
Bij een vruchtgebruiktestament gaan alle bezittingen en schulden uit de nalatenschap onder vruchtgebruik over op de laatstlevende partner. Het verschil ten opzichte van hiervoor besproken de wettelijke verdeling is dat niet de laatstlevende ouder de eigenaar wordt van alle bezittingen, maar de kinderen. De laatstlevende ouder mag dus als vruchtgebruiker in principe alleen de vruchten plukken van de bezittingen. Dit is bijvoorbeeld de uitgekeerde rente op een spaarrekening, het dividend op een effectenportefeuille of het mogen blijven wonen in het huis. De kinderen worden eigenaar van de spaarrekening, de effectenportefeuille en het huis. Zij hebben het blote eigendom.
De nalatenschap wordt verdeeld en ieder betaalt erfbelasting over zijn eigen deel. Verder zijn de kinderen als blote eigenaren aansprakelijk voor de schulden van hun overleden ouder. Bij de afwikkeling van dit testament is medewerking van de blote eigenaren noodzakelijk. De kinderen moeten namelijk hun laatstlevende ouder het vruchtgebruik geven. Bij overlijden van de laatstlevende ouder vervalt het recht op vruchtgebruik en krijgen de kinderen het volle blote eigendom. Blote eigendom en vruchtgebruik zijn vaak met elkaar verbonden.
- De blote eigenaar is de “toekomstige volle eigenaar”.
- De vruchtgebruiker is degene die tijdelijk de voordelen heeft van het goed.
Bij het einde van het vruchtgebruik smelten beide rechten samen en wordt de blote eigenaar volle eigenaar.
Er zijn twee vormen van vruchtgebruik: met en zonder vervreemdings- en interingsbevoegdheid. Als er geen ver vreemdings- en interingsbevoegdheid is, heeft de laatstle vende ouder alleen recht op de vruchten van de goederen. De ouder kan de goederen niet verkopen of interen op het onderliggende vermogen zonder toestemming van de kinderen, de blote eigenaren van de goederen. Een beter alter natief is vaak het vruchtgebruiktestament met interings bevoegdheid. De vruchtgebruiker kan met de goederen doen en laten wat hij of zij wil, zonder dat de toestemming van de kinderen nodig is. In dit geval kan het dus zo zijn dat, als de vruchtgebruiker is overleden, alle goederen ‘op’ zijn. De blote eigenaren blijven achter met lege handen.
Een voordeel van dit testament is dat het eigendom van de goederen van de nalatenschap direct overgaat op de kinderen. Waardestijgingen van bijvoorbeeld aandelen en onroerende zaken komen dus toe aan de kinderen, zon dat zij hierover te zijner tijd erfbelasting moeten betalen.
4.3 Tweetrapstestament
Als de erflater wil dat bij opvolgende verervingen de onderneming respectievelijk de aandelen in de bv (aanmerkelijkbelangaandelen) binnen een bepaalde kring van personen blijft, kan hij overwegen om in zijn testament een zogenoemde tweetrapsmaking op te nemen. Op grond hiervan komt de erfenis eerst aan de ene erfgenaam toe (de zogenoemde bezwaarde) en bij diens overlijden (of een in het testament eerdergenoemd tijdstip) het resterende deel daarvan aan een andere erfgenaam (de zogenoemde verwachter), mits de verwachter op dat moment in leven is.
Stel de langstlevende krijgt als legaat de aanmerkelijkbelangaandelen, waaraan een tweetrapsmaking is verbonden en waarbij zijn kind als verwachter is benoemd. Na het overlijden van de langstlevende krijgt het kind de aanmerkelijkbelangaandelen op grond van het testament van de erflater.
De tweetrapsmaking wordt gebruikt voor het geval het kind overlijdt zonder nakomelingen te hebben voortgebracht. Zo wordt voorkomen dat het vermogen buiten de familie raakt.
De tweetrapsmaking wordt verder gebruikt:
• Bij een tweede huwelijk waaruit geen kinderen zijngeboren, om te voorkomen dat het vermogen naar de familie van de partner vererft.
• Als rampenclausule, waarbij echtgenoten of samenwonende partners kort na elkaar overlijden (de eigen familie wordt als verwachter aangewezen).
• Bij erfstellingen voor geestelijk gehandicapten (broers en zusters worden als verwachters aangewezen).
• Bij schenkingen aan jonge kinderen, om te voorkomen dat ouders bij vooroverlijden van het kind hun eigen vermogen terug erven (de broers/zusters van het kind worden als verwachters aangewezen).
4.4 Combinatietestament
Dit testament wint meer en meer terrein, zeker onder de meer vermogenden onder ons. In dit testament worden meerdere testamentvormen opgenomen en worden de in kader 1 besproken voordelen opgenomen. Dit moderne testament is namelijk afgestemd op besparing van erfbelasting. Een belangrijk aspect is de mogelijkheid om de langstleven de zoveel te laten erven dat deze de hoge erfbelastingvrijstelling
benut. Afhankelijk van de leeftijd van de langstlevende en de samenstelling van het vermogen is afwikkeling in volle eigendom dan wel vruchtgebruik voordelig.
Bij vererving/legatering (nalaten) van het volle eigendom komen de vermogensbestanddelen van de nalatenschap op naam van de langstlevende en verkrijgen de kinderen een vordering. Bij nalaten van het volle eigendom krijgen de kinderen het vermogen op hun naam en verkrijgt de langstlevende hiervan het vruchtgebruik.
Het fiscale voordeel van de eerste variant is dat de oprenting van de vordering van de kinderen bij het overlijden van de langstlevende vrij van erfbelasting is. Het fiscale voordeel van de tweede variant is dat de kinderen het vermogen al op hun naam hebben, waardoor zij er te zijner tijd geen erfbelasting over betalen (de aanwas van bloot-eigendomwaarde naar volle waarde is onbelast).
Moderne testamenten bieden de mogelijkheid om per vermogensbestanddeel te kiezen tussen volle eigendom en vruchtgebruik. Om een goede keuze te maken, moet na het eerste overlijden een rekensom worden gemaakt. De keuze tussen voleigendom en vruchtgebruik is per type vermogensbestanddeel afhankelijk van de vraag of waardestijging te verwachten is (zie kader 2). Is die waardestijging te ver wachten dan kan het beste voor vruchtgebruik/bloot eigen dom worden gekozen. De waardestijging komt dan immers vrij van erfbelasting bij het kind terecht, zodat bij het over lijden van de langstlevende ouder weinig erfbelasting hoeft te worden betaald. Dit zou met name voordelig kunnen zijn voor aandelen en vastgoed. Is die waardestijging niet te ver wachten dan kunnen de nabestaanden het beste voor volle eigendom kiezen. Bij voleigendom wordt er erfbelasting bespaard door de oprenting met 6% per jaar van de overbede lingsschuld van de langstlevende ouder aan de kinderen of vordering van de kinderen op de langstlevende ouder.
Voor de keuze tussen voleigendom en vruchtgebruik is de levensverwachting van de langstlevende van groot belang.
Bij een levensverwachting van meer dan tien jaar zal voleigendom meestal fiscaal optimaal zijn. Dit vanwege den oprenting van de overbedelingsschuld. Bij een kortere levensverwachting is het doorgaans optimaal om voor vruchtgebruik te kiezen. Aan te bevelen is om goederen waarvan de verwachting is dat deze (flink) in waarde stijgen onder vruchtgebruik te brengen. Het combinatietestament heeft ten opzichte van andere testamentvormen als voordeel dat erfgenamen pas na overlijden de keuze mogen bepalen. Wilt u die keuze niet overlaten aan de erfgenamen omdat u liever zelf de regie houdt? Neem dan een andere testamentvorm.
Bij een combinatietestament kunnen de erfgenamen per vermogensbestanddeel bekijken wat de beste oplossing is om erfbelasting te beperken. Voor de keuze tussen voleigendom en vruchtgebruik kan het volgende overzicht worden aangehouden:
Woning: vol eigendom
Spaarrekeningen: vol eigendom
Deposito’s: vol eigendom
Obligaties: vol eigendom
Onderhandse vorderingen: vol eigendom
Vastgoed: vruchtgebruik
Aandelen: vruchtgebruik
5. Nog meer maatwerk is mogelijk
U kunt uw testament met diverse opties nog beter afstemmen op uw wensen. Dit kan aan de hand van verschillende clausules. Misschien staan er al enkele in uw testament.
Dit zijn de meest gebruikte:
- Ontervingsclausule: hiermee kunt u een erfgenaam onterven. Dit geldt ook voor een kind. Al blijft een kind altijd recht hebben op zijn legitieme portie. De legitieme portie voor een kind bedraagt de helft van de waarde dat een kind dat niet onterfd is, zou krijgen. De legitieme portie is een vordering in geld, en wordt in de basis berekend als een (breuk)deel van de nalatenschap. Bij het bepalen van het breukdeel moet je uitgaan van de (fictieve) situatie waarin de erflater geen testament heeft gemaakt. De wet bepaalt dan wie de erfgenamen zijn: de echtgenoot (indien aanwezig) en de kinderen van de erflater. Het breukdeel is dan het aantal kinderen dat de erflater heeft achtergelaten + de eventuele echtgenoot, keer 1/2e.
- Uitsluitingsclausule: door het opnemen van deze clausule valt de erfenis in het privévermogen van uw kind en komt in beginsel niet terecht bij de (ex-)schoonzoon of dochter.
- Niet-opeisbaarheidsclausule: zorgt ervoor dat de laatstlevende partner zonder zorgen kan blijven leven, ook als kinderen hun legitieme portie opeisen. De kinderen houden wel het recht op de legitieme portie maar het wordt voor een bepaalde tijd opgeschort zodat ze er geen aanspraak op kunnen maken.
- Plaatsvervullingsclausule: volgens de wet nemen kinderen de plaats in van de erfgenaam, als de erfgenaam is overleden. Door de plaatsvervullingsclausule kunt u degene die de plaats zou innemen uitsluiten.
- Bewindvoeringsclausule: als er erfgenamen zijn die (nog) niet goed kunnen omgaan met geld (minderjarigen, verslaafden of mensen met een bepaalde ziekte) kunt u ervoor kiezen om een bewindvoerder aan te stellen. Deze zal het ontvangen vermogen beheren voor de erfgenaam. U kunt bepalen hoe lang de bewindvoerder de beheerder is van het geld.
- Clausule executeursbenoeming: een executeur wikkelt de erfenis af en voert het testament uit. Een executeur mag niet de erfenis verdelen. Wel mag een executeur bezittingen verkopen als dat nodig is om de schulden van de nalatenschap te betalen. Je kunt in een testament een bewind instellen over je erfenis. Dit kan ook een tijdelijk bewind zijn waarmee de executeur de erfenis kan afwikkelen. Dit noemen we een afwikkelingsbewind. De afwikkelingsbewindvoerder mag normaal gezien meer dan de executeur. Zo mag de afwikkelingsbewindvoerder vaak ook de erfenis verdelen.
- Voogdijclausule: hebt u kinderen? Leg dan de wensen rond de voogdij vast. U kunt iemand vragen om voogd te worden van uw kinderen na uw overlijden. Als u iemand heeft gevonden, kunt u diegene in uw testament benoemen als voogd.
- Vrij-van-rechtclausule: deze clausule is voordelig voor de langstlevende partner. Met deze clausule hoeft de langstlevende partner de erfbelasting niet uit eigen middelen te betalen. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de nalatenschap van de overige erfgenamen. Dit betekent dat de overgebleven erfgenamen minder te verdelen hebben nadat de erfbelasting van de partner in mindering is gebracht.
- 30-dagenclausule: deze clausule wordt ook wel de overlevingsclausule genoemd. Het kan gebeuren dat kort na het overlijden van de partner de ander ook overlijdt. Dit zou dan betekenen dat er tweemaal erfbelasting betaald moet worden door de erfgenamen. Deze clausule beperkt dit tot éénmaal. Na het overlijden van de (tweede) partner hoeft er niet nogmaals erfbelasting betaald te worden.
6. Conclusie
Wel of geen testament, confectie of maatwerk? Aan u al erflater de keuze: het testament is immers uw ‘uiterste wil’. Ga hier daarom zorgvuldig mee om. Bespreek met uw partner wat het beste bij u past. Een goed testament past bij uw persoonlijke situatie en kan uw erfgenamen veel erfbelasting besparen. Laat daarom uw testament ook fiscaal doorrekenen, ofwel hoeveel erfbelasting is naar verwachting verschuldigd na het eerste en tweede overlijden? Deze laatste doorrekening komt mijns inziens nog altijd zelden voor. Dit brengt mij tot de conclusie dat de kans groot is dat er nog altijd veel mensen zijn die geen (fiscaal) optimaal testament hebben, maar wellicht wel denken dat zij deze bezitten. Iets om over na te denken! Mocht u (of cliënten van u als adviseur) zich verder willen verdiepen, Koninklijke notariële beroepsorganisatie heeft diverse online brochures en checklists (zie Notaris.nl).