fp_frontpage_header_016-1.jpg
Nieuws
 

Publicatie uit het financieel dagblad 15 oktober 2016 (auteur: R. Wernsen) 

Heeft uw menselijk kapitaal een obligatiekarakter? Dan kunt u meer risico nemen met beleggen. Tenzij u Wesley Sneijder heet.

In de praktijk wordt bij het nemen van beleggingsbeslissingen veel aandacht besteed aan uw financiële kapitaal, maar slechts weinig aan uw menselijk kapitaal. Terwijl uw menselijk kapitaal van invloed zou moeten zijn op de voor u optimale beleggingsportefeuille. Professionals besteden vele uren aan het bestuderen van het rendement en risico. Dit alles om een zo efficiënt mogelijke beleggingsportefeuille voor u te bouwen. Naast al dit financiële kapitaal wordt echter een belangrijke categorie vergeten: ‘human capital’, oftewel het menselijk kapitaal. Belegger Warren Buffett zei ooit: ‘De beste investering die je kunt doen, is altijd een investering in jezelf.’ Onder menselijk kapitaal wordt de huidige waarde verstaan van alle verwachte toekomstige inkomsten die samenhangen met arbeid. ‘Een gebruikelijke veronderstelling in de literatuur is dat het menselijk kapitaal karakteristieken heeft van risicoarme obligaties’, aldus Tom Steenkamp, hoogleraar beleggingsleer aan de Vrije Universiteit. ‘Salarissen zijn immers te beschouwen als een serie periodiek vrijvallende kasstromen met een eindige looptijd. De hoogte en het verloop zijn, onder de aanname van een vaste baan, redelijk voorspelbaar.’ Vooral voor mensen onder de 55 jaar is human capital de belangrijkste assetklasse. Bovendien biedt het een prima bescherming tegen inflatie. Alles wat u doet om te streven naar een hoger toekomstig inkomen — denk aan het volgen van opleidingen en het ontwikkelen van uw vaardigheden — is een investering in uw eigen menselijk kapitaal.

Download de pdf en lees verder ...

Bericht van

Nieuws
 

Publicatie uit het financieel dagblad 10 september 2016 (auteur: R. Wernsen) 

Alles staat of valt met de juiste beleggingsmix, roepen beleggingsadviseurs. Jammer dat de geadviseerde spreiding over verschillende beleggingscategorieën zelden rekening houdt met uw gehele vermogen.

De verwachte rendementen op de verschillende beleggingsprofielen zijn de laatste tijd flink naar beneden bijgesteld. Aangezien uw profiel grotendeels uw verwachte rendement en risico bepaalt, is het van belang dat u dit profiel kent en dat het aansluit bij uw doelstellingen. ‘Doelstellingen die de klant met een absolute zekerheid wil realiseren zullen vragen om een zeer defensief risicoprofiel op dat deel van zijn portefeuille. Doelstellingen die de klant beschouwt als “nice to have” kunnen een grotere graad van risico verdragen’, stelt Marc De Ceuster, hoogleraar Financiële Economie aan Universiteit Antwerpen. In de praktijk zal uw beleggingsprofiel variëren van defensief tot offensief. Hoe offensiever uw profiel, hoe hoger het percentage aandelen binnen uw portefeuille en hoe hoger het verwachte rendement en risico. Uw profiel wordt bepaald aan de hand van een vragenlijst en een gesprek met uw adviseur. In de praktijk hebt u mogelijk meerdere portefeuilles bij meerdere partijen en hierdoor wellicht verschillende risicoprofielen. Maar de vraag is of al deze profielen u helpen om uw beleggingsdoelstellingen te realiseren. ‘Het risicoprofiel van een belegger staat niet los van de doelstellingen die hij heeft’, zegt De Ceuster. ‘Beleggingsprofielen bepalen zonder dat je het geheel van de doelstellingen van de klant kent is zoals blind aan de poot van een olifant voelen en dan moeten raden wat voor dier het is.’

Download de pdf en lees verder ...

Bericht van

Nieuws
 

Wat zijn de gevolgen?

VUVB podcast in gesprek met financieel planner Ramón Wernsen. Het gesprek gaat over de nieuwe vermogensrendementsheffing in 2017 en wat de mogelijke gevolgen zijn van deze verandering.

VUVB podcast in gesprek met financieel planner Ramón Wernsen. Luister hier

play-button

In het gesprek komt o.a. aan de orde:

  • Wat de gevolgen zijn van de nieuwe vermogensrendementsheffing in 2017;
  • Op welke manier je het nieuwe belastingstelsel kunt berekenen;
  • Wat de wijzigingen zijn met betrekking tot het belastingstelsel in de jaren ervoor;
  • Wie er op vooruit gaat, maar ook wie er op achteruit gaan met het nieuwe belastingstelsel;
  • Wat je met de nieuwe vermogensrendementsheffing in 2017 niet moet vergeten;
  • Waarom je volgens Ramón Wernsen zal moeten beleggen om niet achteruit te gaan met je vermogen;
  • Hoe het komt dat het nieuwe belastingstelsel ingewikkelder is om te berekenen;
  • Waarom er voor de vermogende particulier en de DGA een hoop gaat veranderen;
  • Pensioen in eigen beheer voor de DGA;
  • wel of niet afkopen? Waarom iedereen een financieel planner kan gebruiken.

Bericht van

Nieuws
 

Publicatie uit het Elsevier 3 september 2016 (auteur: Lizanne Schipper) 

RENDEMENT / Nu spaarrekeningen en obligaties nauwelijks meer iets opleveren, kan geld lenen aan een particulier een interessant alternatief zijn.

Zonnepanelen voor een ingenieur, een jacht voor een pensionado, een opknapbeurt van een paardenstal bij een boerderij. Als u er snel bij was geweest, had u er dit voorjaar via crowdfunding in kunnen investeren. Gespreid over een periode van gemiddeld vijf jaar zou u uw geld terugkrijgen, plus een jaarlijkse rente van 4 à 6 procent. Daar zou jaarlijks 0,3 procent aan kosten voor het platform geldvoorelkaar.nl vanaf gaan, maar dan nog: geen slecht rendement. Crowdfunding is de laatste jaren enorm gegroeid. Werd in 2012 in totaal 14 miljoen euro direct van particulieren geleend, de jaren daarna verdubbelde die som telkens, tot 128 miljoen euro vorig jaar. De groei lijkt door te zetten. Bekend is crowdfunding vooral van financiering van ondernemingen. Leningen voor consumenten maken volgens adviesbureau Douw&Koren nog geen 3 procent uit van het totaal. De investeerder die er oren naar heeft, moet er snel bij zijn: het gaat om een beperkt aantal projecten. Van de 142 crowdfundingplatforms bemiddelen slechts vier in consumentenleningen: Geldvoorelkaar, CrossLend, Lendico en Lendex.

Download de pdf en lees verder ...

Bericht van

Nieuws
 

Publicatie uit het Elsevier 6 augustus 2016 (auteur: Lizanne Schipper) 

KAPITAAL/Geld lenen voor een verbouwing, auto of studie hoeft niet bij de bank. Het kan ook via crowdfunding. Waar moet u op letten?

Gevraagd: 15.000 euro om het dak van een Limburgs vakwerkhuis te isoleren en zonnepanelen te plaatsen. In 4,5 jaar terug te betalen, met een jaarlijkse rente van 5 procent. Herstel: wás gevraagd. Toen een echtpaar dit verzoek op crowdfundingplatform Geldvoorelkaar.nl plaatste, was het geld binnen een paar uur toegezegd. Liefst 27 particulieren staken geld in het Limburgse dak, variërend van 100 tot 3.000 euro. Een gebruikelijk scenario, vertelt Edwin Adams (48), die de site in 2011 begon. Meestal is de gevraagde som binnen enkele uren binnen, in delen van gemiddeld 700 tot 1.000 euro. Groot is crowdfunding van privé-projecten nog niet. Tot nu toe zijn het vooral kleine of startende bedrijven die op deze manier kapitaal bij particuliere investeerders ophalen, zonder tussenkomst van een bank. Vorig jaar liep dat in Nederland op tot 128 miljoen euro, aldus adviesbureau Douw & Koren, gespecialiseerd in crowdfunding. Daarvan bestond slechts 3,6 miljoen euro uit leningen aan consumenten, een kleine 3 procent. Het ging om nog geen 400 projecten van gemiddeld zo’n 10.000 euro.

Download de pdf en lees verder ...

Bericht van

Nieuws
 

Publicatie in juli 2016 (uitgeverij Wolters Kluwer) auteurs: Robert G.J. van Beek en R. Wernsen

Belegger op zoek naar rendement in renteloze wereld

Klanten zijn op zoek naar rendement in een renteloze wereld. In hun zoektocht staan zij open voor alternatieven, naast de traditionele beleggingsmix. In hoeverre moet de financieel adviseur hier rekening mee houden en welke invloed hebben alternatieve beleggingscategorieën op het risicoprofiel van de klant?

Iedereen is het er over eens dat know your customer (KYC) centraal staat in de klant-adviseurrelatie. Een belangrijk onderdeel van KYC is het vaststellen van het beleggingsrisico van de klant. Dit risicoprofiel wordt afgenomen op productniveau en kan variëren van zeer defensief tot zeer offensief. In de praktijk heeft de klant vaak meerdere beleggingsportefeuilles en dus meerdere risicoprofielen. Achter deze risicoprofielen zit veelal een traditionele asset allocatie. Deze allocatie bestaat veelal uit de beleggingscategorieën: aandelen, obligaties, liquiditeiten en alternatieven en bepaalt voor een belangrijk deel het verwachte risico en rendement van de belegger. ¹ De verwachte rendementen van de traditionele beleggingscategorieën liggen zeker op de korte termijn lager dan wat klanten gewend zijn (zie figuur 1). Daar komt bij dat het verwachte rendement nog verder wordt verlaagd door de (nieuwe) vermogensrendementsheffing en de inflatie.² We leven in een renteloze wereld, wat goed is voor klanten met schulden, maar slecht voor klanten met vermogen. Veel klanten zijn dan ook op zoek naar alternatieven voor hun – zeker op korte termijn – laag renderende spaargeld en obligaties.

Download de pdf en lees verder

Bericht van

Nieuws
 

Publicatie uit het financieel dagblad 15 mei 2016 (auteur: R. Wernsen) 

Veel beleggers kiezen voor indexbeleggen vanwege de lage kosten en de eenvoud van de producten. Waar moet u op letten als u wilt gaan indexbeleggen?

Het containerbegrip voor beursgenoteerde indexfondsen (etf’s) is ‘trackers’. In de praktijk kunnen drie soorten trackers onderscheiden worden. Ten eerste fysieke trackers (die de index geheel repliceren), ten tweede fysieke trackers die doen aan ‘securities lending’, en tot slot synthetische trackers. In geval van volledige fysieke replicatie belegt een etf in dezelfde namen als die van de index, waarbij de effecten bovendien dezelfde weging hebben als in die index. Een afgeleide hiervan is de etf die gebruikmaakt van sampling, wat wil zeggen dat niet alle onderliggende stukken worden gekocht, maar een representatief aantal. ‘Hoewel veel beleggers bij de keuze van een etf waarschijnlijk het type product niet in hun overwegingen meenemen, is het uiteindelijk wel een keuze die van invloed kan zijn op het rendement’, aldus Ronald van Genderen, fondsanalist bij Morningstar.

‘Veel fysieke trackers lenen de onderliggende aandelen uit aan andere partijen, zoals hedgefondsen. Wij doen dit bewust niet’, aldus Martijn Rozemuller, managing director en medeoprichter van Think ETF’s. In ruil voor het uitlenen ontvangen etf-aanbieders een vergoeding. Deze inkomsten uit securities lending worden vaak gebruikt om de operationele kosten van de tracker te dekken. Hierdoor kan de aanbieder u een lager kostenpercentage berekenen en/of het verschil tussen de prestaties van de etf en zijn index verkleinen of zelfs een hoger rendement dan de index halen. ‘Veel aanbieders gebruiken de opbrengsten echter om hun eigen winsten te vergroten, terwijl het risico bij de belegger ligt. Andere geven de opbrengsten volledig terug aan beleggers’, aldus Koen Hoogenhout, senior sales executive bij Vanguard. Een nadeel van uitlenen is echter het tegenpartijrisico, namelijk dat de lener van de effecten zijn verplichting om de effecten terug te geven niet kan nakomen. U zult vaak zelf moeten achterhalen of de door u gebruikte trackers van securities lending gebruikmaken. De beste bron van informatie is het jaarverslag van de etf, dat te vinden is op de website van de aanbieder. Ook kunt u via de website van Morningstar de nodige informatie verkrijgen

Download de pdf en lees verder ...

Bericht van

Nieuws
 

Publicatie in 'De Hypotheekadviseur', nr. 6, 2015 (uitgeverij Wolters Kluwer) auteur: R. Wernsen

Zijn indexproducten wel zo eenvoudig als adviseurs en beleggers denken?

Het heeft enige tijd geduurd maar ook Nederland heeft indexbeleggen ontdekt. In navolging van de Verenigde Staten neemt de populariteit van indexing ook in Europa toe en dus ook in ons land. Dit gaat ten koste van het beleggen in actieve beleggingsfondsen. Veel beleggers kiezen voor indexbeleggen vanwege de lage kosten en de eenvoud van de producten. In werkelijkheid zijn er verschillende soorten indexproducten van eenvoudig tot zeer complex. Ook qua kosten zijn er grote verschillen in de diverse indexproducten. U doet er goed aan om uw cliënten te informeren over de verschillende soorten van passieve producten en de vooren nadelen ervan.

Download de pdf en lees verder:
Download deel 1
Download deel 2 

Bericht van

Nieuws
 

Publicatie uit het financieel dagblad 15 mei 2016 (auteur: R. Wernsen) 

Per 1 januari 2017 krijgt u te maken met de nieuwe rendementsheffing in box 3. Wie wil anticiperen op de nieuwe regels moet nu aan de slag.

De overheid gaat er op dit moment van uit dat u over uw fiscale box 3-vermogen boven de vrijstelling van €24.437 per persoon een fictief rendement haalt van 4%. Of u in de praktijk een hoger of lager rendement behaalt is niet relevant. Over dit fictieve rendement rekent de overheid een vast belastingtarief van 30% per jaar. Dit leidt tot een effectieve heffing van 1,2%. Met alleen sparen is het sinds 2008 onmogelijk om 4% rendement te maken. Dit betekent dat spaarders al jarenlang interen op hun vermogen. Volgens Almer de Beer, belastingadviseur bij Grant Thornton, is deze uitkomst niet in overeenstemming met de doelstelling van de rendementsheffing. Uitgangspunt was namelijk een heffing over een rendement dat eenvoudig en risicoloos haalbaar is.

‘Het fictieve rendement van 4% voldoet hier allang niet meer aan. Desondanks heeft de wetgever verzuimd het fictieve rendement te verlagen, dan wel spaarders anderszins tegemoet te komen’, aldus De Beer. ‘De rendementsheffing is daarmee mogelijk in strijd met het Europese eigendomsrecht’, vervolgt hij. ‘Momenteel lopen er diverse procedures, het wachten is nu op het oordeel van de Hoge Raad.’ Als onderdeel van het Belastingplan 2016 is voor een nieuwe systematiek gekozen. Hoe hoger uw vermogen, hoe hoger uw heffing. Dat sluit aan bij het ervaringsfeit dat mensen met hogere vermogens gemiddeld een hoger rendement behalen.

Het forfaitaire rendement wordt voortaan gebaseerd op de landelijk gemiddelde verdeling van het box 3-vermogen over spaargeld en beleggingen. Deze vermogensmix wordt afgeleid uit alle belastingaangiften over 2012. Op beide vermogenscomponenten wordt een forfaitair rendement toegepast, dat afgeleid wordt uit de werkelijk behaalde rendementen. Dat rendement wordt elk jaar opnieuw vastgesteld, voorafgaand aan het belastingjaar. Het rendement op het spaardeel wordt afgeleid uit de gemiddelde rentevergoeding over de voorgaande vijf jaar.

Download de pdf en lees verder ...

Bericht van

Nieuws
 

Publicatie uit het financieel dagblad 16 april 2016 (auteur: R. Wernsen) 

Pinnen op kosten van de bv is leuk, maar veel dga’s hebben een rekening-courantschuld die ze mogelijk niet meer kunnen terugbetalen. Hoe los je dat op?

De directeur-grootaandeelhouder (dga) die structureel leent van zijn vennootschap om bijvoorbeeld een riante levensstijl erop na te houden ziet zijn rekening-courantschuld snel toenemen. Deze schuld kan in de loop der jaren zo hoog oplopen dat terugbetaling niet meer mogelijk is. De lening kan dan verworden tot een schijnlening. Volgens de Hoge Raad is hiervan sprake als de dga niet de kennelijke intentie en/of de middelen heeft om de schuld ooit terug te betalen.

Wat te doen?

Aflossing van de rekening-courantschuld gebeurt traditioneel door het verhogen van salaris, uitkering van dividend, het afstempelen van aandelenkapitaal of de omzetting van agio (het verschil tussen de nominale en werkelijke aandelenwaarde) in aandelenkapitaal. Daar moet dan belasting over worden betaald.
Pim van Rijswijk, directeur van VRB adviesgroep, stelt dat er een alternatieve methode is om de schuld aan de bv te verminderen. ‘Dit kan door deze schuld belastingvrij weg te strepen ten laste van de winstreserves of ten laste van de pensioen-, lijfrente- of stamrechtverplichting in de bv. Belastingvrij wil in dit kader zeggen: vrij van eventuele dividendbelasting en/of loon- of inkomstenbelasting.’
Timing is hier belangrijk. Kort gezegd komt het erop neer dat je de schulden laat oplopen en, wanneer die niet meer terug te betalen zijn, deze laat aanmerken als dividend over voorbije jaren. Voor zover dat jaren zijn waarvoor de definitieve aanslag al is bepaald, heeft de fiscus het nakijken (zie pdf).
Met deze methode heeft Cor Overduin, partner bij Grant Thornton, succes geboekt. In een procedure tegen de Belastingdienst in 2010 kreeg hij uiteindelijk gelijk van de rechtbank. ‘Een van mijn argumenten was dat de fiscus te laat was met stellen dat de in het verleden door mijn klant in rekening-courant gedane opnames belast hadden moeten worden.’ Overduin benadrukt dat het hier om maatwerk gaat en dat het dus geen standaardproduct is.

Te goeder trouw

Sinds 2010 heeft de Belastingdienst de mogelijkheid om tot naheffing over te gaan als de dga te kwader trouw is. Volgens Overduin is te goeder trouw zijn een cruciaal element in het succesvol kunnen verdedigen van de methode. 

‘Als je de opnames uit rekening-courant vijf jaar lang presenteert als een schuld en na vijf jaar aangeeft dat het bij nader inzien toch geen schuld betreft maar een dividendopname, dan kun je de vraag stellen of hier niet bewust getracht wordt de Belastingdienst op een dwaalspoor te brengen’, waarschuwt hij.

Download de pdf en lees verder ...

Bericht van